Oud-premier en oud-PvdA-leider Wim Kok is zaterdag op tachtigjarige leeftijd overleden in zijn woonplaats Amsterdam. Als minister-president vond de vakbondsman Kok een weg tussen 'zijn' sociaaldemocratie en het liberalisme.

Willem Kok werd op 29 september 1938 geboren in Bergambacht. Vader Willem sr. was bouwvakker en timmerman en als overtuigd socialist actief binnen de vakvereniging. Wim junior ging naar de middelbare school in Gouda en studeerde daarna bedrijfskunde bij opleidingsinstituut Nyenrode.

Zijn publieke loopbaan begon in 1961, toen Kok aan de slag ging in het vakbondswezen, als medewerker van Bouwbond NVV. Daar bekleedde hij in de jaren die volgden de functies van secretaris, vicevoorzitter en voorzitter van het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV). Tussen 1976 en 1985 was Kok voorzitter van de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) en vicevoorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER).

Kok sprong in het oog als vurig verdediger van de arbeidsrechten en werd geroemd om zijn bereidheid om niet achter zijn bureau te blijven zitten, maar de werkenden die hij vertegenwoordigde in het veld op te zoeken.

Hij werd in 1986 verkozen tot lid van de Tweede Kamer voor de PvdA. Hij volgde Joop den Uyl later dat jaar op als fractievoorzitter van die partij, waarmee hij ook oppositieleider tegen het kabinet-Lubbers II werd.

Als politicus zocht Kok het midden tussen sociaaldemocratie en liberalisme

Zijn eerste stappen als bewindspersoon zette Kok in 1989, toen hij minister van Financiën en vicepremier werd in het kabinet-Lubbers III. Dat ambt bekleedde hij tot 1994.

Koks beginjaren in de politiek waren verre van makkelijk. Onder zijn verantwoordelijkheid moest het tekort op de rijksbegroting worden aangepakt. Er werd diep gesneden in de arbeidsongeschiktheidsregeling WAO en de accijnzen op autobrandstof werden verhoogd - een maatregel die bekend kwam te staan als 'het kwartje van Kok'.

Als PvdA-leider zorgde Kok voor een koerswijziging van de partij, die hij meer in de richting van het politieke midden stuurde. In een toespraak in 1995 noemde hij dat het "afschudden van de ideologische veren".

Kok verwierf internationaal faam als boegbeeld van de "derde weg", die het midden zocht tussen sociaaldemocratie en liberalisme. Tot zijn bewonderaars behoorden de toenmalige Amerikaanse president Bill Clinton en de toenmalige Britse premier Tony Blair.

Kok werd in 1995 premier van het kabinet-Paars I

Het CDA van Lubbers leed in 1994 een grote nederlaag, die de weg vrijmaakte voor een coalitieregering van PvdA, VVD en D66. Kok werd minister-president van het kabinet-Paars I.

Nederland kende een ongekende economische groei tijdens de zittingsperiode van dit kabinet, mede dankzij gunstige omstandigheden in de wereldeconomie. De werkloosheid daalde en het begrotingstekort liep terug. Paars I zorgde voor lastenverlichting voor burgers en bedrijven en sneed in de economische regelgeving, zodat bijvoorbeeld winkels langere openingstijden mochten gaan hanteren.

In de kabinetten-Kok werd marktwerking tot belangrijk geloofsartikel verweven. De premier overzag de privatisering van onder meer de NS en nutsbedrijven.

Op sociaal-progressief gebied werd onder leiding van Kok voortgang geboekt op verschillende terreinen. Nederland werd het eerste land ter wereld dat het homohuwelijk toestond. Ook werden mogelijkheden om actieve euthanasie te laten plegen wettelijk vastgelegd. De integratie met de Europese Unie kwam in een stroomversnelling, die uiteindelijk onder meer zou leiden tot de euro, de gezamenlijke munt.

Het beleid van Paars I bracht de PvdA een flinke verkiezingsoverwinning in 1998. Het kabinet-Paars II werd een feit, wederom met Kok als premier. Het was aanvankelijk een zeer populair kabinet, maar mede door een verslechterende omstandigheden in de opmaat naar de economische crisis en de opkomst van het populisme onder Pim Fortuyn, die de "puinhopen van Paars" aanviel, verloor het gaandeweg veel van de gunst van de kiezer.

Zaak-Srebrenica bracht kabinet-Paars II ten val

Als premier speelde Kok een hoofdrol in de kwestie rond Jorge Zorreguieta, de vader van koningin Máxima, die omstreden was omdat hij staatssecretaris van landbouw was tijdens de militaire dictatuur in Argentinië. Toen kroonprins Willem-Alexander en Máxima zich in 2001 verloofden, liet Kok de rol van vader Zorreguieta in de Argentijnse junta onderzoeken. Zorreguieta besloot op aandringen van de regering-Kok van de bruiloft weg te blijven.

Een andere grote gebeurtenis die plaatsvond tijdens het premierschap van Kok was de vuurwerkramp in Enschede, waarbij 23 mensen om het leven kwamen en een woonwijk in de Twentse stad werd verwoest.

Kok kondigde in 2001 aan dat hij na de verkiezingen van 2002 wilde terugtreden. Hij kon zijn termijn echter niet uitzitten; op 16 april 2002 diende de premier zijn ontslag in wegens het Srebrenica-schandaal.

In juli 1995 werden zevenduizend moslimmannen en -jongens door het Servische leger weggevoerd uit de VN-enclave Srebrenica en vermoord. Het Nederlandse bataljon Dutchbat, dat hen moest beschermen, keek machteloos toe. De Nederlandse staat was daarvoor medeverantwoordelijk, concludeerde het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) na onderzoek.

Na het einde van zijn politieke loopbaan werkte Kok als onder meer commissaris bij ING en Shell. Dat hij die functies bekleedde bij dergelijke grote multinationals - en daarvoor hoge vergoedingen opstreek - leidde tot kritiek, omdat Kok als premier juist had afgegeven op de "exhibitionistische zelfverrijking" in het bedrijfsleven.