Vanaf dinsdag tot en met zaterdag vieren moslims over de hele wereld het Offerfeest (Eid Al-Adha). Tijdens dit islamitische feest wordt per gezin een dier ritueel (onder meer onverdoofd, red.) geslacht.

Het Offerfeest is naast het Suikerfeest een van de belangrijkste feesten in de islam. Het wordt gevierd ter nagedachtenis aan de profeet Ibrahim (Abraham), die bereid was zijn zoon te willen offeren voor Allah.

Vlak voordat de geblinddoekte profeet het offer uit kon voeren, verving Allah zijn zoon door een ram. In plaats van de jongen werd het dier geslacht. Moslims eren deze daad van toewijding door elk jaar een dier te offeren.

Wanneer wordt het Offerfeest gevierd?

Het feest wordt gevierd op de tiende dag van de hadj-maand, de twaalfde en meest heilige maand van het islamitische jaar. Het is ook de maand waarin moslims de bedevaart naar Mekka afleggen.

In Nederland duurt het feest van 21 tot 25 augustus. In veel islamitische landen zijn drie nationale feestdagen aangekondigd.

Traditioneel wordt er tijdens het feest een lam, geit of koe geofferd. In Nederland wordt dit vaak beperkt tot een lam of een schaap. Het geofferde dier wordt verdeeld in drie stukken: een deel wordt aan de armen gegeven, een deel verdeeld onder de familieleden en het resterende deel wordt opgegeten tijdens de viering.

Hoe gaat het ritueel slachten in zijn werk?

Tijdens het Offerfeest moet het dier ritueel worden geslacht, op de door de islam voorgeschreven manier. Het vlees is alleen halal (rein) als het aan de gestelde voorwaarden voldoet. 

Zo moet de slachter een moslim zijn, moet de standplaats rein zijn, dient de slachter zorg te dragen voor het dier en moet het dier met de voorkant in de richting van Mekka worden geplaatst. Ook moet er voorafgaand aan de slacht dankbaarheid voor God worden geuit.

Bovendien moet het dier gedood worden door met een scherp mes in één beweging de halsslagader en de luchtpijp door te snijden. Het dier mag niet langer lijden dan noodzakelijk.

In Nederland moet een dier dat geslacht wordt vóór het doden bewusteloos worden gemaakt. Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor slachten volgens de joodse en islamitische regelgeving. Dit zorgt elk jaar voor een hevige discussie over dierenwelzijn in de periode rond het feest.

Jaarlijks 56.000 schapen en 2.000 runderen zonder verdoving geslacht in Nederland

In 2012 sneuvelde in de Eerste Kamer een plan van de Partij voor de Dieren dat een verbod op ritueel slachten zou leggen. Het zou de vrijheid van godsdienst te veel inperken. In 2015 diende de partij opnieuw een wetsvoorstel in.

Een adviesbureau van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) steunde dit voorstel. Het onverdoofd doden van runderen, geiten en schapen zou resulteren in stress en pijn bij de dieren.

Tijdens het Offerfeest worden jaarlijks in ons land zo'n 56.000 schapen en 2.000 runderen zonder verdoving geslacht.

Er is geen verbod gekomen op ritueel slachten, maar in 2016 maakte toenmalig staatssecretaris van Economische Zaken Martijn van Dam nieuwe afspraken met joodse en islamitische organisaties.

Dit jaar gelden er voor het eerst nieuwe regels omtrent de slacht

Op basis van die nieuwe afspraken, die in juli 2017 zijn vertaald in een nieuw convenant, moeten dieren alsnog een bedwelming krijgen als ze binnen veertig seconden na het aansnijden het bewustzijn nog niet hebben verloren.

Ook zijn sinds begin dit jaar de dierenwelzijnsnormen in slachthuizen aangescherpt. Elke rituele slachter moet een extra dierenarts inhuren die op de slacht toeziet.

Daardoor heersen zorgen onder moslims over de kwestie of het offer nog wel halal gebeurt en dieren niet alsnog te snel worden verdoofd.