Achtergrond

Chemische wapenwaakhond OPCW zoekt feiten in brandhaarden

​Zodra er berichten zijn over een aanval met chemische middelen, komt de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) ter sprake. De wapenwaakhond doet onderzoek in Syrië en bracht onlangs een rapport uit over de in Engeland vergiftigde Russische oud-spion. Wat is het doel van deze organisatie?

Het werken in de brandhaarden is het in Den Haag gevestigde de OPCW niet vreemd. Met enkele dagen vertraging zou de OPCW woensdag in het Syrische Douma beginnen met het onderzoek naar de vermeende chemische aanval die de afgelopen week het nieuws beheerste. Een veiligheidsteam werd echter beschoten tijdens een verkenning, waarop werd besloten de missie tot nader orde te staken.

Samen met de Verenigde Naties (VN) ziet de organisatie toe op de naleving van het Verdrag chemische wapens. In deze overeenkomst is een wereldwijd verbod op het gebruik en het hebben van chemische wapens vastgelegd. In 1997 werd het verdrag van kracht, vijf jaar na de het sluiten van de overeenkomst in Genève.

Kerndoelen

"Het voorkomen dat chemie ooit nog wordt gebruikt voor oorlogsdoeleinden", beschrijft de organisatie zelf als doel. Daarbij heeft de OPCW vier kerndoelen: het vernietigen van alle bestaande chemische wapens, toezien op de chemische industrie om te voorkomen dat nieuwe wapens opduiken, hulp bieden aan betrokken landen tegen chemische dreigingen en het bevorderen van de internationale samenwerking om de uitvoering van het verdrag te versterken en vreedzaam gebruik van chemie te bevorderen.

Bij het Verdrag chemische wapens zijn in totaal 192 landen aangesloten. Syrië zette in 2013 zijn handtekening en gaf toestemming tot de vernietiging van het chemische wapenarsenaal. Samen met de VN regelde de OPCW het transporteren van de wapenvoorraden die waren vrijgegeven door het Syrische leger.

Wereldwijd is meer dan 96 procent van de opgegeven chemische wapenvoorraden vernietigd onder het toeziend oog van de OPCW. In Syrië is al gebleken dat dat niet hoeft te betekenen dat de betrokken landen geen beschikking meer hebben over chemische wapens. Het is namelijk niet te controleren of alle voorraden zijn opgegeven door de 192 landen.

Onder vuur

In 2014 werd een onderzoeksteam van de OPCW voor het eerst naar een oorlogsgebied gestuurd, toen het Syrische regime werd beschuldigd van het gebruik van chemische wapens. Dat het werken in een oorlogsgebied niet zonder gevaren is, ondervond het team destijds ook. Een konvooi van onderzoekers en VN-personeel kwam toen onder vuur te liggen. Er raakte niemand gewond.

Uit veiligheidsoverwegingen kan de waakhond niet overal werken. Zo werd de Syrische stad Khan Sheikhoun vorig jaar bezocht na een vermeende chemische aanval. De onderzoekers besloten daarop getuigenverklaringen en monsters te verzamelen. Een werkwijze die tot kritiek leidde van het Syrische regime, dat stelt alle chemische wapenvoorraden te hebben opgegeven.

Zaak-Skripal

Ook in een andere geruchtmakende zaak speelt de OPCW een rol. Vorige week concludeerde de organisatie dat de voormalig Russische spion Sergei Skripal en zijn dochter in Engeland zijn vergiftigd met een zenuwgas. Een samenvatting van het rapport werd gepubliceerd, de uitgebreide bevindingen werden overhandigd aan de Britse autoriteiten en worden tot onvrede van Rusland niet openbaar gemaakt.

Syrië en de zaak-Skripal laten zien dat de OPCW geregeld in het middelpunt van politieke spelletjes staat. Het onderzoek in Douma werd naar verluidt dagenlang tegengehouden onder Russische invloed. Westerse landen vrezen dat tijd werd gewonnen om met bewijsmateriaal te knoeien.

De OPCW houdt zich buiten die intriges. Het is niet de taak van de waakhond om antwoord te geven op de schuldvraag. De missies worden daarom voornamelijk getypeerd als 'feiten vinden'. Het gaat erom of er chemische wapens zijn gebruikt, niet wie de wapens heeft ingezet. Dus dat de organisatie deze week onderzoek doet in Douma, wil niet zeggen dat er een schuldige partij wordt aangewezen door de OPCW.

Lees meer over:
Tip de redactie