Op 23 maart laat het Openbaar Ministerie weten dat er een kroongetuige is opgestaan die over cruciale informatie zegt te beschikken die kan leiden tot de aanhouding van opdrachtgevers van liquidaties in Utrecht en Amsterdam. Wie zijn de hoofdrolspelers in dit verhaal?

Het is 13 januari 2017 als Nabil B. televisie zit te kijken en hij de beelden voorbij ziet komen van een liquidatie die een dag eerder heeft plaatsgevonden in Utrecht.

Het slachtoffer is Hakim Changachi, een 31-jarige man die deel uitmaakt van een criminele familie.

B. schrikt als hij de beelden van een uitgebrande Audi ziet, die als vluchtauto is gebruikt door de schutters. Het is een gestolen auto die hij heeft geregeld en heeft voorzien van valse kentekenplaten. B. beseft dat er een fout is gemaakt en dat Changachi per vergissing is vermoord.

Tussenpersoon

B. is een tussenpersoon die in opdracht van anderen schutters regelt voor moorden en voorziet van snelle wagens om te kunnen ontkomen. Zo ook in dit geval. Alleen was het doelwit Khalid H. Een crimineel die aan dezelfde Faustdreef in Utrecht woont als Changachi.

De familie Changachi gaat zelf op zoek naar wie er betrokken is bij de liquidatie en komt er al snel achter dat B. de vluchtauto heeft geregeld. B. is goed bevriend met de familie en hij bevindt zich hierdoor in een onmogelijke positie. Inmiddels is de man die hij aanwijst als de opdrachtgever voor de moord, Ridouan Taghi, ook op de hoogte van de connectie tussen B. en de familie Changachi.

Hoofdpijn

Taghi raadt B. aan langs te gaan bij de familie en iemand anders aan te wijzen als de opdrachtgever. Uit de door de politie onderschepte pgp-berichten (versleutelde berichten) wordt duidelijk dat als B. anders besluit, hij "hoofdpijn wordt" en zelf wordt vermoord. 

Ondanks die dreiging biecht B. zijn betrokkenheid op en zegt hij naar de politie te gaan om de waarheid te vertellen. B. kent de gevolgen van zijn keuze en laat zich in september op eigen aanwijzing aanhouden in Amsterdam op verdenking van wapenbezit. 

Verklaringen

In de daaropvolgende maanden legt hij in totaal 26 verklaringen af en wordt duidelijk welke rol hij Taghi, Saïd Razzouki en zijn broer Mohamed toedicht. B. verklaart dat hij de opdracht voor de moord op H. heeft gekregen van Taghi. De bestelde moord krijgt hij te lezen op de telefoon van Mohamed. 

De lijst met auto's die voor de moord gebruikt moeten worden zijn afkomstig van Razzouki. De verklaringen worden ondersteund door de versleutelde berichten die ontcijferd in handen zijn van de politie.

Zo ook het bericht van Taghi aan Mohamed, waarin hij zegt iedereen in de omgeving van B. "te laten slapen (doden, red.)" als hij erachter komt dat hij zijn naam heeft genoemd. "Wie praat, die gaat".

Het feit dat twee dagen na de moord op Changachi op 14 januari er alsnog een (mislukte) poging wordt gedaan om H. te liquideren, is volgens de politie een voorbeeld van met welk gemak de groep van Taghi moorden zou bestellen.

Nationale Opsporingslijst

Mede hierdoor belanden Taghi en Razzouki bovenaan de opsporingslijst van de recherche en wordt hun naam en foto openbaar gemaakt. De politie heeft geen idee waar ze verblijven en de verdachten staan sinds 26 maart op de Nationale Opsporingslijst.

Taghi en Razzouki, die wordt beschouwd als zijn rechterhand, worden inmiddels verdacht van betrokkenheid bij de moord op Changachi, de opdracht voor de liquidatiepoging op H. en de moord op Ranko Scekic in Utrecht in 2016. De verwachting is dat de lijst met verdenkingen nog groter wordt.

Gewond

Mohamed is sinds december vorig jaar in handen van de politie nadat hij gewond raakte bij een poging om hem te liquideren in Utrecht. Hij wordt verdacht van medeplegen van de moord op Changachi en het voorbereiden van de liquidatie op H.

Ook Nabil B. zal zich voor de rechter moeten verantwoorden voor zijn rol bij de dood van Changachi en de liquidatiepoging op H..

Advocaat

De advocaat van Taghi, Inez Weski laat in een reactie weten dat haar cliënt zijn betrokkenheid bij alle feiten ontkent. Daarnaast hekelt ze de werkwijze van het Openbaar Ministerie, dat van Taghi "staatsvijand nummer één" heeft gemaakt, maar nog geen concrete stukken van verdenkingen aan haar heeft aangeleverd.

"Ondertussen is er al sprake van een publieke berechting", aldus Weski.