Achtergrond

Dit is wat we weten over de schietpartij in Alphen aan den Rijn

Op 9 april 2011 schoot Tristan van der Vlis vijf mensen dood in winkelcentrum Ridderhof in Alphen aan den Rijn, waarna hij zelfmoord pleegde. Ook overleed een man aan een hartaanval tijdens het incident en vielen er zeventien gewonden. Dit is wat we weten over het schietdrama. 

Het gerechtshof in Den Haag oordeelde dinsdag 27 maart dat de politie wel degelijk deels verantwoordelijk is voor het schietdrama dat plaatsvond in de gemeente in Zuid-Holland.

De geesteszieke Van der Vlis was namelijk een wapenvergunning verstrekt, iets wat het korps wordt aangerekend. "De norm dat een vergunning moet worden geweigerd bij vrees voor misbruik, is juist bedoeld om burgers te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van zulk misbruik".

Het is de nieuwste uitspraak in een reeks procedures die slachtoffers en nabestaanden aanspanden. 

Van der Vlis kreeg de wapenvergunning ondanks psychische problemen
Na de dodelijke schietpartij werd uitvoerig onderzoek gedaan naar de dader. Uit een rapport van het Nederlands Instituut voor Forensische psychiatrie en psychologie (NIFP). Daaruit bleek dat Van der Vlis schizofreen was. 

De Inspectie voor de Gezondheidszorg publiceerde een rapport over het ziekteverloop van de 24-jarige. Van der Vlis werd meerdere dagen opgenomen in 2006 en deed in 2008 twee zelfmoordpogingen. Toch kreeg hij een wapenvergunning. Een "grote fout", oordeelde de korpschef van Alphen aan den Rijn over dat besluit. 

De schietclub in Nieuwkoop waarvan Van der Vlis daarna lid werd, is meerdere keren afgeweken van de richtlijnen voor zulke verenigingen. Er werd bij hem geen schietvaardigheidsproef afgenomen.

Politie Alphen aan den Rijn wees eerder aansprakelijkheid af
In het onderzoek naar de schietpartij in 2011 werden meerdere rechtszaken gevoerd, onder andere om psychologische rapporten openbaar te laten maken. Slachtoffers en gedupeerden begonnen ook civiele procedures om medeaansprakelijkheid te bepalen. 

Zo werd de voormalig werkgever van Van der Vlis aansprakelijk gesteld. De werkgever wist dat de jongen een gevaar was voor zijn collega's, maar heeft nagelaten de politie en ouders te waarschuwen.

Ondanks de fouten in de beoordelingsprocedure voor Van der Vlis' wapenvergunning, wees de politie een schadeclaim van de hand. Dat Van der Vlis een bloedbad zou gaan aanrichten, kon de politie niet voorzien, betoogde de politie in december 2014. In 2015 bepaalde de rechtbank in Den Haag niet verantwoordelijk was voor het schietdrama.

Het gerechtshof heeft in 2018 echter geoordeeld dat het korps wel deels verantwoordelijk is. De politie is hiertegen in cassatie gegaan, wat betekent dat de Hoge Raad zich nu zal moeten buigen over de zaak. 

De ouders van Van der Vlis  en hun verzekeringsmaatschappij zijn niet aansprakelijk voor het schietdrama
Op 14 juni 2017 stonden de ouders van Van der Vlis terecht in de rechtbank van Den Haag. Zij werden door een groep van dertien slachtoffers medeaansprakelijk gesteld voor de dodelijke schietpartij. Ze hadden eerder moeten ingrijpen toen bleek dat hun zoon, ondanks zijn zware psychische klachten, tóch een wapenvergunning had gekregen, vonden de slachtoffers.

Maar volgens de rechter mochten de ouders Van der Vlis erop vertrouwen dat de politie op de hoogte was van die klachten en dat die kennis werd meegewogen in de toekenning van de vergunning. 

In een andere aansprakelijkheidsclaim wilden eisers ook een vergoeding van de verzekeraar van de ouders van Van der Vlis. De rechtbank in Den Haag oordeelde eerder dit jaar echter dat het bewezen was dat de schutter niet was meeverzekerd onder de aansprakelijkheidsverzekering van zijn ouders, waardoor de verzekeraar dus geen bedrag hoeft uit te keren.

Tip de redactie