Achtergrond

Tweede Kamer schaft raadgevend referendum af, hoe zit dat?

Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft donderdag ingestemd met het afschaffen van de wet die het voor burgers mogelijk maakt een raadgevend referendum te organiseren.

De oppositiepartijen zijn woedend. Met name de blokkade van het kabinet om een referendum te kunnen organiseren over de afschaffing van het referendum wordt hen niet in dank afgenomen.

De coalitiepartijen hebben in het regeerakkoord afgesproken het raadgevend referendum af te schaffen. In het akkoord staat: "Het raadgevend referendum is enige jaren geleden geïntroduceerd als opmaat naar een correctief bindend referendum. De politieke steun voor het correctief bindend referendum is sindsdien afgebrokkeld en is daarmee als beoogd einddoel voorlopig uit zicht."

De wet heeft sinds de introductie in 2015 eenmaal geleid tot een referendum: over het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne. Een meerderheid van de kiesgerechtigden die een stem uitbracht was tegen.

Het volgende referendum staat 21 maart op het programma, ditmaal over de nieuwe Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten (Wiv). Aan een referendum over de wet Hillen wordt nog hard gewerkt.

'Omarmen'

Van de VVD, CDA en ChristenUnie was helder dat zij tegen referenda zijn. Zij zijn voorstander van een representatieve vertegenwoordiging waar parlementariërs namens de bevolking beslissingen nemen en daar om de vier jaar op kunnen worden afgerekend. 

Referenda bewijzen volgens deze partijen de democratie geen dienst. De onderwerpen kunnen worden misbruikt of lenen zich niet voor een simpel "voor" of "tegen".

In het verkiezingsprogramma van D66 staat dat het raadgevend referendum moet worden "omarmd" en ervan moet worden geleerd, maar gaat wel akkoord met de afschaffing. De partij verdedigt de draai door te stellen dat het wel voor een bindend referendum is. Voor de liberalen is het extra pijnlijk dat het uitgerekend hun D66-minister Ollongren is die de afschaffing moet verdedigen.

Geen referendum over het referendum

Premier Mark Rutte zei na de presentatie van het regeerakkoord dat hij denkt dat een meerderheid van Nederland ook tegen het raadgevend referendum is. Als er een referendum over de afschaffing van het raadgevend referendum zou worden gehouden, dan zou "een grote meerderheid" volgens de premier kiezen voor afschaffen, zei hij in oktober vorig jaar.

Maar dat is precies wat het kabinet onmogelijk maakt: in de intrekkingswet die een einde maakt aan het raadgevend referendum staat dat er geen referendum over de intrekking van het referendum kan worden gehouden. Het kabinet en de coalitiepartijen noemen dat "inherent logisch".

De voltallige oppositie is verbijsterd over de manier waarmee de coalitiepartijen en het kabinet de intrekkingswet 'met stoom en kokend water door het parlement probeert te jagen'. 

'Middelvinger naar de burger'

Zelfs de SGP, die tegen referenda is, is niet te spreken over de handelswijze van het kabinet. Volgens de partij bewandelt het kabinet geen "staatsrechtelijke zuiver" pad door een referendum over het referendum te blokkeren. Andere oppositiepartijen spreken van "een dikke middelvinger naar de burger".

Zij zien het raadgevend referendum als een democratisch middel voor de bevolking om de politiek te corrigeren en bij te sturen. Zij staan niet alleen in hun kritiek.

Zaterdag waarschuwden achttien politicologen en bestuurskundigen in NRC Handelsblad voor de gevolgen van het afschaffen van de Wet raadgevend referendum. Zij wijzen op onderzoeken waaruit blijkt dat een meerderheid van Nederlanders voorstander is van het referendum.

Voor met name lage- en middelbaar opgeleiden is het een middel om hun stem te laten horen. "Het niet-referendabel verklaren van de intrekkingswet zou getuigen van een dubbele kloof tussen volksvertegenwoordigers en hun achterban. Die uit zich dan niet alleen op inhoudelijke thema's (steun voor het referendum), maar ook op de procedure (steun voor een referendum over het referendum)", schrijven de deskundigen. "Het referendum is voor kiezers bij uitstek de manier om een dergelijke kloof te dichten."

Juridische kanttekeningen

Hoewel er forse kritiek is op de intrekkingswet, ziet de Raad van State, het belangrijkste adviesorgaan van de regering, geen juridische bezwaren tegen de blokkade van een referendum over de afschaffing van het referendum.

De Raad schrijft in een toelichting dat het uitsluiten van de referendabiliteit "juridisch effectief" is, maar of het wenselijk is, is aan de politiek om te bepalen.

Nu de Kamer met de wet heeft ingestemd, zal de Eerste Kamer zich over de wet buigen. De coalitiepartijen hebben ook daar een meerderheid en het ligt in de lijn der verwachting dat de senatoren zich aan de fractiediscipline zal houden. 

Thierry Baudet van Forum voor Democratie laat het er in ieder geval niet bij zitten. Hij gelooft niet dat het juridisch houdbaar is dat het kabinet een wet kan indienen die met terugwerkende kracht het onmogelijk maakt om de bestaande referendumwet buiten werking te stellen.

Wat Baudet betreft worden er zo snel mogelijk handtekeningen verzameld om toch een referendum af te dwingen bij de Kiesraad.

Lees meer over:
Tip de redactie