Een week lang werd er gespeculeerd over de inhoud van een memo van Republikeins congreslid Devin Nunes. Republikeinse senatoren en Trump-aanhangers noemden het, voor publicatie, "het schandaal van de eeuw" en "groter dan Watergate". Vrijdag heeft president Donald Trump toestemming gegeven voor de publicatie. Wat staat er precies in de memo?

Nunes is de leider van de comissie van het Huis van Afgevaardigden die toezicht houdt op de Amerikaanse inlichtingendiensten. De leden van die commissie mogen politieke belangen van hun eigen partij officieel niet mee laten spelen, maar op het moment zijn de partijlijnen strak getrokken en vindt er weinig samenwerking plaats.

Voordat de memo werd vrijgegeven waren de FBI, de Democraten en leden van het juridische team van Trump druk bezig de publicatie te voorkomen, omdat die mogelijk staatsgeheimen zou blootleggen. De Republikeinse meerderheid in de commissie stemde voor publicatie. President Trump keurde dat besluit vervolgens goed.

De memo is een bestand van vier pagina’s, opgesteld door Nunes en medewerkers van het congreslid. De inhoud draait om het afluisteren van de zakenman Carter Page. Page was korte tijd buitenlandadviseur in het campagneteam van Trump tijdens de presidentsverkiezingen in 2016.

Verzoek

In de memo staat dat het verzoek dat door de FBI bij de FISC-rechter (Foreign Intelligence Surveillance Court) is ingediend om Page af te mogen luisteren niet goedgekeurd had mogen worden. "De inhoud van het verzoek roept vragen op over de legitimiteit en legaliteit over bepaalde interacties tussen het ministerie van Justitie en de FBI", aldus de memo.

De FISC is een rechtbank die in 1978 is opgericht om verzoeken over het surveilleren of afluisteren van buitenlandse inlichtingendiensten goed te keuren.

Volgens de auteurs van de memo had het verzoek voor het afluisteren door de FBI niet goedgekeurd mogen worden, omdat de informatie was verleend door onderzoeker Cristopher Steele, die bevooroordeeld zou zijn. Steele is een voormalig medewerker van de Britse inlichtingendienst. Hij werd ingehuurd door een particulier bedrijf om onderzoek te doen naar Page. Dat bedrijf is volgens de memo ingehuurd door de Democratische Partij en werd ook betaald door het campagneteam van Hillary Clinton, Trumps rivale tijdens de verkiezingen.

In de memo staat ook dat Steele in gesprek met een medewerker van het ministerie van Justitie heeft gezegd dat hij "heel graag" wilde dat Trump geen president zou worden. Volgens Nunes had dit in het verzoek van de FBI  om Page af te luisteren moeten staan. Omdat het er niet in stond, werd de ware aard van Steeles informatie achtergehouden, meent Nunes, en had het verzoek afgekeurd moeten worden.

Vooringenomenheid

De Republikeinen beschuldigen de FBI en het ministerie van Justitie van voorgingenomenheid, wat mogelijk gevolgen zou hebben voor het onderzoek naar banden tussen het campagneteam van Trump en Rusland door speciaal aanklager Robert Mueller. Dat onderzoek valt onder het ministerie van Justitie. 

Opmerkelijk is echter dat Page op het moment dat er een afluisterverzoek werd ingediend al niet meer in dienst van de campagne was. Hij werd bovendien al in 2013 aangemerkt als verdacht wegens mogelijke contacten met Russische veiligheidsdiensten. Het argument dat de FBI actief probeerde de campagne van Trump tegen te werken wordt daarmee zwakker. 

Sinds de FISC in 1978 zulke afluisterverzoeken van inlichtingendiensten krijgt, zijn er meer dan 35.000 ingediend, waarvan er slechts twaalf zijn afgewezen. Rechters nemen altijd mee dat informatie van bronnen bevooroordeeld is, omdat het een gegeven is dat de bron ook een eigen agenda heeft. 

Comey

Een ander belangrijk punt van Nunes in de memo is een gesprek van toenmalig FBI-directeur James Comey, die de net tot president gekozen Donald Trump inlichtte over het onderzoek naar Page. Comey heeft in dat gesprek gezegd dat het verzoek voor het onderzoek ongegrond was. Het zou echter alleen om een deel van het verzoek en het onderzoek gaan, niet het hele verzoek en onderzoek.

Ook zou de tweede man van de FBI, Andrew McCabe zou hebben gezegd dat het verzoek om af te mogen luisteren nooit was goedgekeurd zonder de informatie van Steele. Of hij dat echt gezegd heeft, wordt niet onderbouwd in de memo.

Ruslandonderzoek

De openbaarmaking van de memo wordt door de Democraten gezien als een poging van de Republikeinen om het Ruslandonderzoek van Mueller te beschadigen. De Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, Paul Ryan, ontkende dat er een verband is tussen de inhoud van de memo en het Ruslandonderzoek.

Page stond al sinds 2013 op de lijst van verdachte mensen van de FBI, vanwege zijn banden met een medewerker van een Russische bank die is veroordeeld voor het bespioneren van de Verenigde Staten. Hij zou hebben toegegeven dat hij was benaderd door een Russische inlichtingendienst, hoewel hij ontkent met de Russen in zee te zijn gegaan.

De Democraten hebben ondertussen een eigen memo opgesteld, die de memo van Nunes onderuit zou moeten halen. Maandag wordt besloten of die openbaar mag worden gemaakt.