Een Zuid-Afrikaanse rechtbank buigt zich vrijdag over het Nederlandse uitleveringsverzoek voor Guus Kouwenhoven. De Nederlands-Afrikaanse zakenman werd vorig jaar bij verstek veroordeeld tot negentien jaar cel wegens wapensmokkel en oorlogsmisdaden in West-Afrika. Wie is hij?

Kouwenhoven werd in 1942 geboren in Den Bosch. Hij groeide op in Rotterdam. Over zijn leven voor West-Afrika is verder weinig bekend: hij zou na omzwervingen in Zuidoost-Azië als handelaar in Sierra Leone en Liberia zijn beland. Volgens onbevestigde geruchten was hij voor die tijd al betrokken bij drugshandel en andere 'duistere zaken'.

In de jaren tachtig kocht Kouwenhoven een luxueus hotel in de Liberiaanse hoofdstad Monrovia: Hotel Africa. Het werd een geliefde plek bij politici en zakenmensen uit de Liberiaanse elite en vormde de basis voor zijn zakenimperium.

In 1989 begon een in onmin geraakte voormalige minister, Charles Taylor, een opstand in het noorden van Liberia. Dit mondde uit tot de Eerste Liberiaanse Burgeroorlog waarin naar schatting 150.000 mensen om het leven kwamen. Het conflict werd gekenmerkt door de inzet van kindsoldaten en wreedheden begaan tegen de burgerbevolking - een patroon dat de strijders van Taylor ook in latere conflicten zouden volgen.

In 1997 kwam er een vredesakkoord en werden er verkiezingen gehouden. Taylor werd president. 

Geen belemmering

De chaotische en bloedige burgeroorlog vormde niet voor iedereen een belemmering, en zeker niet voor Kouwenhoven. Hij is een zakenman pur sang, zegt journalist Arnold Karskens, voorzitter van de Stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden en co-auteur van het boek Operatie: Laat Niets in Leven over Kouwenhoven, dat in mei verschijnt.

"Guus is een hele slimme man, maar ook eentje zonder scrupules. Hij was bereid heel erg ver te gaan in het realiseren van winst. Als je zaken wilt doen in Afrika, moet je op goede voet staan met de leiding, zei hij eens tegen me, want anders gebeurt er niks."

Mr. Gus

'Mr. Gus' of 'de Peetvader', zoals hij in Liberia werd genoemd, wist door te dringen tot de naaste kringen van Taylor. Hij werd de enige BMW-importeur van het land, bestierde een bouwbedrijf en een luchtvaartmaatschappij, stond aan de wieg van de plaatselijke gokmarkt en zwaaide de scepter over de havenstad Buchanan, waar schepen met wapens voor Taylor werden uitgeladen.

Zijn persoonlijke relatie met de president was ook uitstekend - volgens een oud-secretaresse van Kouwenhoven waren de twee goede vrienden en kwam Taylor regelmatig logeren. Dan gingen ze samen vissen of volleyballen.

“Kouwenhoven was de dobber waar het regime op dreef”

'Charmante boef'

"Het is een hele grote boef, maar het is ook een charmante boef", zegt Karskens. Kouwenhoven maakte zichzelf breed populair in Monrovia, zowel door zijn persoonlijke charisma in te zetten, als door altijd een forse rol met bankbiljetten op zak te hebben om gulle fooien uit te delen - "vijftig dollar hier, honderd dollar daar".

Tijdens de jaren negentig werd Kouwenhoven ook actief in de houtkap, een van de belangrijkste economische sectoren van Liberia, zeker nadat de diamanthandel in 2001 aan banden werd gelegd door sancties van de Verenigde Naties. De Nederlander bezat de Royal Timber Company (RTC) en was topman bij de Oriental Timber Company (OTC). Gezamenlijk hadden die ondernemingen concessies voor een groot deel van de kap van tropisch hardhout.

Kouwenhoven belandde in 2002 als 'nieuwe rijke' op plaats 370 in de Quote 500, met een geschat vermogen van 47 miljoen euro.

Betrokkenheid

Onder president Taylor raakte Liberia betrokken bij de burgeroorlog in buurland Sierra Leone (1991-2001), waar misdaden tegen de menselijkheid werden gepleegd. In 1999 brak er ook in eigen land weer een oorlog uit, de Tweede Liberiaanse Burgeroorlog.

Kouwenhoven leverde geld, wapens en goederen aan het regime. Mensen op de loonlijst van zijn bedrijven waren direct betrokken bij grootschalige mensenrechtenschendingen. 

Taylor werd uiteindelijk berecht in Den Haag door het Speciaal Hof voor Sierra Leone en veroordeeld voor misdaden tegen de menselijkheid. Hij kreeg vijftig jaar cel, die hij uitzit in het Verenigd Koninkrijk.

Nauwe relatie

Voor Wim Huisman, professor Criminologie aan de VU Amsterdam, is de persoonlijke betrokkenheid van Kouwenhoven bij het Liberiaanse regime een van de meest boeiende aspecten van de zaak.

"Vaak zitten bedrijven op een grotere afstand, leveren ze bepaalde goederen aan een dubieus regime of profiteren ze van de misdrijven die veiligheidsdiensten plegen om de belangen van de onderneming veilig te stellen", stelt Huisman. Als voorbeeld noemt hij Shell, dat ervan wordt beschuldigd in Nigeria de veiligheidsdiensten te hebben betaald om de protesten van de plaatselijke bevolking tegen de vervuiling van hun leefgebied door de oliewinning de kop te laten indrukken.

In het geval van Kouwenhoven was dat anders: "In Liberia waren het naar verluidt mensen van de onderneming van Kouwenhoven, die door hem werden bewapend en optraden als strijdende partij, als een militie."

De OTC-medewerkers werden ingezet tegen de rebellen die tegen Charles Taylor vochten, bevestigt Arnold Karskens. "Het waren oud-strijders uit eerdere conflicten in Liberia. Die betaalde Guus gewoon, en hij zorgde voor hun uitrusting."

Schatkist

Kouwenhoven zelf zat er ook dichter op dan de topmensen van de meeste andere bedrijven die Huisman onderzoekt. "Hij opereerde niet vanuit een kantoor in Amsterdam of Londen, maar hij zat daadwerkelijk daar."

Ook de vriendschap tussen de Nederlandse zakenman en de Liberiaanse president is een zeldzaam aspect. Huisman: "Taylor noemde Kouwenhoven en zijn bedrijf publiekelijk zijn 'pepper bush' (peperplant)". Het is een plaatselijke uitdrukking, die zoiets betekent als iets van grote persoonlijke waarde. Als Taylor aan zijn peperplant schudde, viel daar geld uit.

"Hij was eigenlijk de Liberiaanse schatkist", zegt Karskens. "De winst van Guus ging zo'n beetje voor de helft naar Taylor toe. Zo kon hij heel groot groeien, omdat Taylor ervoor zorgde dat hij geen tegenstanders had. En toen hij een casino wilde, werden de gokwetten gewoon herschreven. Kouwenhoven was de dobber waar het regime op dreef."

Onderzoek

De mensenrechtenorganisatie Global Witness deed eind jaren negentig onderzoek naar de rol die houtkap speelde in de burgeroorlog in Liberia. Global Witness kon zelf het land niet in, omdat Charles Taylor de organisatie ook kende.

Directeur Patrick Alley: "Dus financierden we een aantal dappere Liberiaanse collega's, die de houtindustrie en de vier grote havensteden van het land infiltreerden. Een van hen wist zelfs aan het werk te komen bij OTC. Dat leverde ons een hoop documenten op. En als je naar OTC kijkt, dan kijk je naar Kouwenhoven."

Guus Kouwenhoven in de Liberiaanse havenstad Buchanan in 1999.

Oorlogsmisdaden

In 2004 stelde het Nederlands Openbaar Ministerie (OM) naar aanleiding van het werk van Global Witness en een VN-rapport een onderzoek in tegen Kouwenhoven. Het concludeerde dat de zakenman zijn bedrijven gebruikte om "uit louter winstbejag" wapens en munitie te leveren aan het Liberiaanse regime. Daarmee schond hij een wapenembargo van de VN.

Kouwenhoven werd op 7 juni 2006 door de rechtbank in Den Haag veroordeeld tot acht jaar cel wegens illegale wapenhandel. Het OM had twintig jaar geëist, maar de rechter oordeelde dat er niet genoeg bewijs was om Kouwenhoven te veroordelen voor oorlogsmisdrijven.

Zowel het OM als de beklaagde tekenden hoger beroep aan tegen het vonnis. In afwachting daarvan werd Kouwenhoven op vrije voeten gesteld. Op 10 maart 2008 werd de zakenman door de appèlrechter in Den Haag vrijgesproken van alle beschuldigingen, omdat de getuigenverklaringen tegen hem niet betrouwbaar zouden zijn. Het OM ging tegen die uitspraak in cassatie.

De Hoge Raad vernietigde op 20 april 2010 het oordeel van het hof in Den Haag en verwees de zaak naar het gerechtshof in Den Bosch, waar Kouwenhoven op 21 april 2017 bij verstek werd veroordeeld tot negentien jaar cel voor illegale wapenhandel en medeplichtigheid aan oorlogsmisdrijven,  tussen 2000 en 2003 begaan in Liberia en Guinee.

Kouwenhoven woonde op het moment van het vonnis al in Kaapstad in Zuid-Afrika, van waaruit hij een nieuw zakenimperium probeerde op te bouwen in Congo-Brazzaville, onder andere met een hout- en een wegenbouwbedrijf.

Uitlevering

Op verzoek van het Nederlandse OM werd Kouwenhoven in december vorig jaar aangehouden door de Zuid-Afrikaanse politie. Hij kondigde via zijn advocaat aan zich te zullen verzetten tegen uitlevering aan Nederland.

Een gevangenis betreden is Kouwenhoven, die de aantijgingen tegen hem altijd stug heeft ontkend, sowieso niet van plan: naar eigen zeggen laat zijn gezondheid dat niet toe. Hij heeft hiv, zegt zijn Zuid-Afrikaanse advocaat. Niet heel verbazingwekkend, meent Karskens - een andere Liberiaanse bijnaam van Kouwenhoven was 'General Pussy'.

De redenering van Kouwenhoven dat zijn gezondheidstoestand een verblijf in een gevangeniscel verhindert, maakt niet veel indruk op de journalist. "Wij maken ons in Nederland altijd druk over die kleine drugscriminelen, maar mensen zoals Guus zijn mede verantwoordelijk voor tienduizenden doden en de chaos in Afrika, en daarmee ook voor de vluchtelingenstroom. Ze dragen de ontwrichting van een heel continent mede op zich. Ik hoop dat de rechter in Zuid-Afrika dat ook snapt. Hij verdient zijn straf."

Uitstel

Het uitleveringsverzoek zou eigenlijk medio januari behandeld worden, maar de rechter besloot toen tot uitstel omdat er meer informatie moest worden afgewacht. In februari werd de inhoudelijke behandeling weer uitgesteld, omdat het Zuid-Afrikaanse Openbaar Ministerie het formele uitleveringsverzoek nog niet had ontvangen van het Zuid-Afrikaanse ministerie van Justitie.