Sinds donderdag 28 december gaan Iraniërs de straat op om te demonstreren tegen de economie en de regering. Het zijn inmiddels de grootste protesten sinds de onrust na de presidentsverkiezingen in 2009. Tientallen kwamen toen om het leven nadat demonstraties tegen de betwiste uitslag van de verkiezing werden neergeslagen.

Het protest richtte zich in eerste instantie op de slechte economische situatie in het land. 

Bij de eerste protesten in de stad Mashhad in het noordoosten, werd vooral onvrede geuit over de tegenvallende economie. Dat sloeg snel over naar andere steden, want de economie is een thema dat in het hele land speelt. Een grote groep jongeren wil hogere lonen of is werkloos. Toen de betogingen zich verder over het land verspreidden, kreeg de demonstratie een meer politiek karakter. Zo moeten president Hassan Rouhani en geestelijk leider Ayatollah Ruhollah Khomeini het ontgelden. 

Politieke protesten komen niet vaak voor in Iran. Toch zijn er sinds donderdag tienduizenden mensen de straat opgegaan, al is het niet duidelijk hoe groot de protesten echt zijn. Verslaggeving door buitenlandse journalisten is lastig en de demonstraties zijn niet officieel georganiseerd.

Vooral jongeren zijn teleurgesteld in de regering van Rouhani, die afgelopen mei nog werd herkozen met veel steun van jongeren. De groep die vindt dat hij zijn beloftes niet is nagekomen lijkt te groeien en Rouhani's aangekondigde hervorming blijven uit.

Rouhani sloot in 2015 met verschillende wereldmachten een akkoord over het Iraanse nucleaire programma. In ruil voor beperking van het programma werden meerdere internationale sancties tegen het land opgeheven. Men voorzag dat dit de economie van Iran goed zou doen. Onder Rouhani is de economie wel aangetrokken, maar de groei is klein en verloopt volgens veel Iraniërs te langzaam. Afgelopen jaar bereikte het werkloosheidspercentage onder jongen de 29 procent. In Iran bestaat volgens officiële cijfers meer dan de helft van de bevolking uit mensen jonger dan dertig jaar.

Daarnaast is er onvrede over de macht van de behoudende sjiitische leiders van Iran, die het land sinds de Iraanse revolutie in 1979 regeert. Binnen de overheid zou corruptie en een gebrek aan transparantie zijn.

Binnen een week zijn 21 mensen omgekomen. 

Hoewel het protest nog geen week oud is, zijn er al 21 doden gevallen. Negen mensen kwamen maandagnacht om het leven bij demonstraties in de provincie Isfahan, waaronder twee leden van veiligheidsdiensten. Zes anderen kwamen om toen zij wapens probeerden te stelen uit een politiebureau.

De ondergouverneur van Teheran zei dinsdag dat in de hoofdstad 450 mensen waren gearresteerd. Ook in andere steden zouden honderden personen zijn aangehouden. Minister van Binnenlandse Zaken Hossein Zolfaghari zei dat 90 procent van de gearresteerden jonger dan 25 jaar oud is.

Het hoofd van het Iraans gerechtshof waarschuwde demonstranten dat er hard zal worden gestraft. De gedetineerden zullen volgens hem snel worden vervolgd en de protestleiders komen mogelijk in aanmerking voor de doodstraf.

President Rouhani hecht wel waarde aan het recht tot protesteren. 

President Hassan Rouhani heeft de demonstraten opgeroepen om gewelddadigheden te voorkomen. Hij stipt het belang aan van het recht om te protesteren. "Mensen willen praten over politieke problemen, corruptie en een gebrek aan transparantie in overheidsorganen", schreef hij in een verklaring. "Ze willen meer openheid. Naar hun verzoeken moet worden geluisterd."

Ayatollah Khamenei zegt dat de vijanden van Iran achter de protesten zitten. "De afgelopen dagen hebben onze vijanden middelen als geld, wapens, politiek en inlichtingen ingezet om problemen voor de Islamitische Republiek te creëren", stelde hij in een verklaring. Hij zal het land toespreken "als de tijd rijp is". Het is niet duidelijk wanneer dat zal zijn.

De regering moet zoeken naar een manier om de protesten te onderdrukken, zonder daarbij meer woede aan te zwengelen. Tot dusver hebben de autoriteiten gedreigd met strenge maatregelen, waar de honderden arrestaties een gevolg van zijn.

Maar elite-veiligheidsdiensten om de betogingen de kop in de drukken zijn nog niet ingezet. Dat was in het verleden wel het geval. Zo kwamen in 2009 tientallen mensen om het leven bij confrontaties met de ingezette veiligheidsdiensten.

De protesten worden internationaal gevolgd. 

Andere landen hebben hun zorgen geuit over de situatie. Zo sprak de Turkse regering zorgen uit over het omkomen van mensen. "We vinden dat het nodig is om geweld te vermijden en het niet nodig is om te bezwijken voor provocaties", luidt een verklaring. Turkije hoopt dat een buitenlandse interventie niet nodig zal zijn.

Frankrijk is ook bezorgd over het aantal slachtoffers. "Het recht om te protesteren is een fundamenteel recht", aldus het ministerie van Buitenlandse Zaken.

De Amerikaanse president Donald Trump steunt de protesten. "De mensen hebben weinig voedsel, veel inflatie en geen mensenrechten", twitterde hij. Maandag riep hij al via Twitter op tot een verandering van het regime dat volgens hem op alle fronten faalt en de bevolking onderdrukt.

Het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken reageerde dat Trump zich beter op binnenlandse zaken in de Verenigde Staten kan richten, in plaats van beledigende berichten over andere landen te plaatsen.