De omstreden 'grondwetgevende vergadering' die de Venezolaanse president Nicolás Maduro voor wijzigingen in het politieke bestel in het leven heeft geroepen, roept grote weerstand op bij de oppositie. Waarom loopt de spanning in Venezuela steeds verder op? 

De instabiliteit in Venezuela is het gevolg van een economische en humanitaire crisis.

Het Zuid-Amerikaanse land is rijk aan olie en de Venezolaanse economie is grotendeels afhankelijk van de olie-export. Toen de olieprijzen wereldwijd daalden, werd Venezuela hard getroffen. De situatie verergerde door het beleid van de regering van de links-populistische president Nicolás Maduro. Het land werd in een economische recessie gestort. Maduro wijt de problemen aan een internationale samenzwering onder leiding van de Verenigde Staten. 

Door de torenhoge inflatie, de hoogste ter wereld, zijn dagelijkse benodigdheden voor veel Venezolanen onbetaalbaar geworden. Burgers staan uren in de rij voor winkels met grotendeels lege schappen. Er heerst veel angst voor voedsel- en geneesmiddelenschaarste; inmiddels sterven er Venezolanen aan honger. Honderdduizenden mensen zijn al gevlucht naar buurlanden, zoals Colombia en Caribisch Nederland.

President Maduro wil het politieke stelsel veranderen om de problemen het hoofd te bieden.

Hij stelde een referendum op waarin de Venezolanen zondag 30 juli naar de stembus gingen. Maar in plaats van de stemmers eerst de keuze te geven of ze wel of geen grondwetswijziging wilden, werd er gelijk naar stap twee gegaan en konden de Venezolanen alleen kiezen wíe de grondwet moest gaan herschrijven. En de 5.500 mensen op wie gestemd kon worden, zijn allemaal trouw aan de regering van Maduro.

Volgens de officiële cijfers van de kiesraad was het opkomstpercentage 41,5 procent (8,1 miljoen van de bijna 20 miljoen stemgerechtigde Venezolanen). De oppositie schatte echter direct na het referendum, dat maar zo'n 2,5 miljoen kiezers kwamen opdagen. 

Een paar dagen later stelde Smartmatic, het bedrijf dat de stembusgang in het land al sinds 2004 coördineert, dat de opkomstcijfers werden gemanipuleerd. Het verschil tussen de daadwerkelijke deelname aan de verkiezingen en het aantal dat door de autoriteiten was genoemd, zou neerkomen op minstens een miljoen. Door deze manipulatie zouden de opkomstcijfers van de kiesraad hierdoor hoger uitvallen.

De oppositie vreest dat Maduro probeert een dictatuur te vestigen.

Volgend jaar worden er presidentsverkiezingen gehouden. De populariteit van Maduro schommelt al maanden rond de 20 procent, wat niet veel goeds belooft voor zijn mogelijke herverkiezing. Het wijzigen van de grondwet kan hem in staat stellen de verkiezingen uit te stellen of helemaal af te blazen.

Daarvoor kan Maduro niet terugvallen op het Nationale Parlement. Sinds januari 2016 wordt dat gedomineerd door een oppositiemeerderheid. In april 2017 nam het Venezolaanse Hooggerechtshof, dat voornamelijk bestaat uit bondgenoten van de president, de wetgevende macht af van het parlement en werd de juridische immuniteit van de parlementsleden opgeschort.

Dat leidde tot massademonstraties, waarbij tot nu toe meer dan 120 mensen om het leven zijn gekomen.

De demonstraties gingen door nadat het Hooggerechtshof het besluit terugdraaide. Veel van de demonstranten zijn jongeren uit de middenklasse: de armere Venezolanen hebben het te druk met hun pogingen het hoofd boven water te houden. Het komt regelmatig tot harde botsingen met de autoriteiten. Betogers gooien met stenen en brandbommen, de politie gebruikt rubberkogels, traangas en waterkanonnen. 

Critici van de president zien de grondwettelijke vergadering als een nieuwe poging om het parlement blijvend buitenspel te zetten. Ze eisen dat Maduro aftreedt en hebben aangekondigd te zullen blijven demonstreren.

Ook internationaal krijgt de werkwijze van Maduro veel kritiek. 

Zeker veertig landen hebben al aangegeven de speciale raad niet te erkennen. Daarnaast hebben de Verenigde Staten sancties opgelegd aan Maduro. Alle activa van de socialistische leider die onder Amerikaanse jurisdictie vallen worden bevroren. Ook mogen Amerikaanse burgers geen zaken meer met hem doen.

Hiermee komt Maduro op de korte lijst van wereldleiders aan wie de VS persoonlijke sancties heeft opgelegd: de Zimbabwaanse president Robert Mugabe, de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un en de Syrische president Bashar al-Assad gingen hem voor.

De VS heeft daarnaast sancties opgelegd aan dertien bondgenoten van Maduro en er is gedreigd met verdere restricties voor de oliehandel tussen beide landen. De Amerikaanse president Donald Trump stelde dat militair ingrijpen tot de opties behoort om de situatie in Venezuela weer onder controle te krijgen. Twee dagen later meldde vicepresident Mike Pence echter dat de VS hoopt op een vredige oplossing.

De Venezolaanse economie is voor het grootste deel afhankelijk van de olie-export en de restricties zouden grote gevolgen hebben voor de inwoners van het land. Het Zuid-Amerikaanse economische samenwerkingsverband Mercosur liet na de omstreden verkiezing weten Venezuela voorlopig als lid te schorsen, maar zegt tegen militair ingrijpen in het land te zijn. Dialoog en diplomatie zijn wat hun betreft "de enige acceptabele middelen" om de democratie in Venezuela te promoten.