Dit zijn de belangrijkste agendapunten voor de Brexit-onderhandelingen

De Britse minister voor de Brexit, David Davis, en de hoofdonderhandelaar van de Europese Commissie, Michel Barnier, onderhandelen over de Brexit. Wat zijn de heikele punten in deze gesprekken?

Het is een harde eis van de EU dat er een aantal twistpunten uit de weg worden geruimd, voordat er kan worden gesproken over nieuwe handelsbetrekkingen tussen het Verenigd Koninkrijk (VK) en de EU na de Britse uittreding.

Davis en Barnier hebben allereerst besproken hoe de gesprekken over de Brexit er überhaupt uit moeten zien. Daarnaast staan in de komende periode in ieder geval deze belangrijke punten op de agenda. 

Het belangrijkste onderwerp van gesprek is het regelen van de 'boedelscheiding'.

Het is nog volledig onduidelijk welke kosten de Brexit met zich meebrengen en voor welk gedeelte daarvan de Britten moeten opdraaien. Aanvankelijk werd door deskundigen gesproken over een rekening van zo'n 60 miljard euro, maar de Britten zouden volgens overheidsbronnen bereid zijn om 40 miljard euro te betalen aan de eindafrekening. De EU zou volgens bronnen bereid zijn om genoegen te nemen met een betaling van 50 miljard euro. 

Volgens Brussel moet het VK zich ook na vertrek houden aan de financiële verplichtingen waarop het als EU-lid intekende. Veel van die programma's, zoals die voor langdurige steun aan zwakkere economieën in het oosten van de EU en pensioenen voor EU-ambtenaren, worden al decennia vooruit gepland. Lidstaten gaan akkoord met die verplichtingen, lang voordat er daadwerkelijk wordt gebudgetteerd. 

De Britten beargumenteren dat zij bij een boedelscheiding 'hun' deel moeten krijgen van EU-bezittingen, zoals bijvoorbeeld hun betaalde bijdrage aan de bouw van het hoofdkantoor van de Europese Commissie en de Galileo-navigatiesatellieten, die een waarde van miljarden euro's vertegenwoordigen. De andere EU-lidstaten vinden dat niet terecht, omdat het VK er zelf voor heeft gekozen om uit de EU te stappen.

De EU heeft daarnaast ook al gezegd dat het alle Europese agentschappen die gevestigd zijn in het Verenigd Koninkrijk, zoals bijvoorbeeld het Europees Geneesmiddelenbureau, zal sluiten voor de uittreding in 2019. 

Begin maart voerde de EU-commissie van het Britse Hogerhuis aan dat de Brexit niet moet worden gezien als een echtscheiding, maar als het opzeggen van een clublidmaatschap. Volgens dit zogeheten golfclubargument kan de EU het VK na de uittreding juridisch gezien niet meer dwingen te betalen, omdat het land dan al is uitgetreden. Enkele Britse ministers grijpen dat argument aan om te betogen dat de EU geen geld moet krijgen of zelfs in het krijt staat bij het VK.

De rechten van Britse en EU-burgers in het buitenland gelden eveneens als topprioriteit.

Het is het onderwerp waar David en Barnier zich het eerst over buigen. Er verblijven momenteel 3,2 miljoen EU-burgers in het Verenigd Koninkrijk en 1,2 miljoen Britten in de EU. Beide partijen zeggen dat er zo snel mogelijk duidelijkheid moet komen over de rechten van emigranten en expats, die wederzijds moeten worden gegarandeerd.

Op donderdag 22 juni stelde de Britse premier Theresa May de EU-leiders voor dat EU-burgers die vijf jaar of langer legaal in het VK wonen na de Britse uittreding een verblijfsstatus krijgen. EU-president Donald Tusk noemde dat voorstel een dag later "beneden verwachting", omdat het plan onvoldoende is en nog te veel onzekerheden bevat.

Naast het basale recht op een verblijfs- of werkvergunning voor tijdelijke of permanente migranten en hun families, moeten er ook nieuwe afspraken worden gemaakt over zaken zoals arbeidsrechten, sociale zekerheid en anti-discriminatiewetgeving. Die zijn nu nog in EU-verband geregeld.

Het Britse bedrijfsleven maakt zich zorgen over personeelstekorten in verschillende sectoren als het aantrekken van buitenlandse krachten moeilijker wordt gemaakt.

Ook de status van de Londense City als het grootste financiële centrum van de EU is een heikel punt. 

De Europese Commissie (EC) diende op 13 juni een wetsvoorstel in dat moet zorgen dat de EU ook na de Britse uittreding inspecteurs kan blijven afvaardigen naar de City. Mocht dit niet lukken, dan wil de EC dat voor de EU cruciale financiële activiteiten uit Londen worden verhuisd.

Londen geldt als het belangrijkste financiële centrum van Europa, maar die positie komt mogelijk in gevaar door de Brexit. Verschillende grote internationale bedrijven, zoals de banken Goldman Sachs en HSBC en Microsoft hebben al gewaarschuwd een deel van hun activiteiten te zullen verplaatsen als er een harde Brexit komt of zijn daar al mee bezig.

Volgens Goldman Sachs-topman Lloyd Blankfein zal de groei van Londen als financieel centrum na de Brexit stagneren. Voor de Britten is dat een nachtmerriescenario. 

Vijf grote ondernemers- en werkgeversorganisaties drongen bij de regering aan op een 'zachte Brexit', omdat ze grote economische schade vrezen. Ze willen onder andere dat de douane-tarieven tussen het VK en de EU laag blijven en de formaliteiten aan de grenzen "tot een minimum worden beperkt".

Tot slot moet de status van Noord-Ierland als nieuwe Europese 'buitengrens' worden vastgesteld.

De Britse premier heeft gezegd dat ze vast wil houden aan een einde van het vrije verkeer van personen in maart 2019. Ze wil volledig uit de douane-unie stappen en de Europese interne markt verlaten. Dit heeft mogelijk tot gevolgd dat het voor EU-landen moeilijker wordt om handel te drijven met het Verenigd Koninkrijk. Wel wil de Britse regering een overgangsperiode, zodat bedrijven genoeg tijd hebben om over te schakelen op eventuele nieuwe samenwerkingen. 

Vooral voor de Ieren en Noord-Ieren is het vrije verkeer van personen en goederen belangrijk. Vooral Noord-Ierland hoopt dan ook dat het mogelijk blijft om zonder maatregelen de grenzen tussen Ierland en Noord-Ierland open te houden. Tot enkele decennia geleden was de grens tussen de twee landen streng beveiligd, maar onder de EU-regels kwam daar verandering in en werden de controles verleden tijd.

Een terugkeer naar de oude situatie zou voor Noord-Ierland een enorme economische strop betekenen en het land isoleren, vrezen de Noord-Ieren. 56 procent van de Noord-Ieren stemde vorig jaar in het referendum dan ook tegen de Brexit.

De protestantse Noord-Ierse regeringspartij Democratic Unionist Party ijverde tijdens de campagne in aanloop naar het referendum voor de Brexit, maar partijleider Arlene Foster zegt te streven naar een "redelijke en verstandige" uittreding. Het Verenigd Koninkrijk heeft dan ook al gezegd dat het wat het land betreft niet nodig is om weer grensposten in te voeren tussen beide landen. 

De regering van de Britse premier Theresa May heeft aangekondigd te zullen aansturen op een 'harde' Brexit. Maar of dit lukt, is nog maar de vraag. 

Bij een harde Brexit zou het VK uit de gemeenschappelijke Europese markt en douane-unie zal stappen en geen speciale handelsrelatie meer bedingen. Bij een zachte Brexit zou het land bijvoorbeeld lid van de Europese interne markt blijven, mogelijk in ruil voor een afspraak over het vrije verkeer van personen tussen het VK en de EU.

May zal hard moeten werken om een 'harde Brexit' mogelijk te maken. Haar Conservatieve Partij verloor eerder deze maand namelijk de meerderheid in het Britse Lagerhuis. May hoopte met de tussentijdse verkiezingen een "breder mandaat" voor de Britse uittreding te bereiken, maar wist dit niet te realiseren.

Nu May gedoogsteun ontvangt van de Noord-Ierse partij DUP voor een meerderheid in het parlement, lijkt het voor haar moeilijker te zijn geworden om een harde Brexit te realiseren. De Noord-Ieren zullen naar verwachting aansturen op een vorm van samenwerking met de EU. 

Desondanks blijft een harde Brexit het uitgangspunt van de premier. Dat standpunt omvat ook een eventuele uittreding zónder akkoord. "Geen afspraak is beter dan een slechte afspraak", is een veelgehoorde uitspraak van May. Het is afwachten in hoeverre dit onderhandelingsretoriek is.

Lees meer over:
Tip de redactie