Sinds oktober 2016 wordt Islamitische Staat (IS) in het Iraakse Mosul bestreden. Het offensief dat de strategisch belangrijke stad moet heroveren gaat waarschijnlijk nog maanden duren. Dit zijn de belangrijkste ontwikkelingen:

Mosul is de tweede grootste stad van Irak na hoofdstad Bagdad.

De bevolking van Mosul is etnisch zeer divers, maar overwegend Arabisch. De stad ligt vierhonderd kilometer ten noorden van Bagdad en had in 2015 circa 664.000 inwoners. In betere tijden waren dat er ruim een miljoen. De totale bevolking van het stedelijke gebied rond Mosul wordt geschat tussen de 750.000 en anderhalf miljoen inwoners. De stad wordt doorsneden door de rivier Tigris.

Mosul ligt net buiten de autonome regio Iraaks-Koerdistan in Noord-Irak. De omliggende streken worden vooral door Koerden bewoond. Traditioneel was Mosul een belangrijk handelscentrum op een kruispunt van karavaanroutes. Daarna werd het een knooppunt in de oliehandel; rond Mosul liggen veel olievelden.

Mosul wordt in 2014 ingenomen door IS.

Het was bekend dat een aanval van IS op handen was, maar het Iraakse regeringsleger kampte met een tekort aan troepen en met conflicten tussen de legerleiding en de politiek. Een hulpaanbod van de peshmerga, de strijdkrachten van Iraaks-Koerdistan, werd afgewezen door de Iraakse regering. 

De opmars van IS verliep hierdoor razendsnel: binnen zes dagen had de terreurgroep de stad volledig in handen. Daarbij zou ruim 300 miljoen euro zijn buitgemaakt in de centrale bank van Mosul, waarmee IS in een klap de rijkste terreurgroep ter wereld werd. Volgens de Verenigde Naties sloegen binnen 48 uur meer dan een half miljoen inwoners van Mosul op de vlucht. Veel andere burgers verwelkomden IS juist, omdat zij niet veel op hadden met de sjiitische nationale regering in Bagdad.

Mosul wordt het grootste IS-bolwerk in Irak en het tweede belangrijkste hoofdkwartier na de Syrische stad Raqqa.

IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi riep in 2014 vanuit Mosul het kalifaat uit. De terreurgroep legde de overgebleven inwoners strenge orthodoxe soennitische wetten op. Antieke ruïnes en kunstvoorwerpen in de oude Assyrische steden Nineve en Nimrud werden vernietigd. Mosul diende voor IS als springplank voor de verovering van de zuidelijker gelegen steden Tikrit en Baji en de olierijke provincie Kirkuk.

In oktober 2016 begint een offensief om Mosul te heroveren. 

Een eerdere campagne van de Iraakse regering, in maart 2016, mislukte. In oktober kreeg het Iraakse leger steun van de Koerdische peshmerga's en verschillende plaatselijke milities, zowel sjiitisch als soennitisch. De strijdende partijen worden ondersteund door de Verenigde Staten en Frankrijk. De stad werd eerst volledig omsingeld om te voorkomen dat IS-strijders konden worden versterkt of bevoorraad. Op 1 november werd Mosul zelf voor het eerst binnengevallen.

De strijd om Mosul zal naar verwachting nog maanden duren.

De oostelijke helft van de stad, inclusief de zwaarbeschadigde luchthaven, werd in januari 2017 bevrijd. Waarschijnlijk wordt het veroveren van West-Mosul een moeilijkere klus: dat is dichter bevolkt, omvat een wirwar van steegjes en heeft wijken waar veel IS-aanhangers wonen.

Er bevinden zich naar schatting nog zo'n 650.000 burgers in het gebied. Zij zijn met flyers gewaarschuwd voor het offensief. Aan IS-strijders wordt via dezelfde route gevraagd de wapens neer te leggen.

Wat het offensief ook bemoeilijkt, is dat alle bruggen over de Tigris zo zijn beschadigd dat ze onbruikbaar zijn. De bruggen zijn sinds 27 februari wel allemaal in handen van de Iraakse troepen, waarmee zij de oevers aan weerszijden van de rivier controleren. De volgende stap is de bouw van een pontonbrug over de rivier, aldus het leger.

Mosul wordt beschouwd als de laatste voet aan de grond voor IS in Irak. 

Ook in Syrië staat de terreurgroep zwaar onder druk. Volgens deskundigen is de val van het 'kalifaat' in zijn huidige vorm zo goed als onafwendbaar.

In Mosul zal de wederopbouw op termijn flinke uitdaging met zich meebrengen: grote delen van de stad zijn zwaar beschadigd en honderdduizenden inwoners zijn gevlucht. Bovendien is het de vraag of de sjiitische Iraakse regering - die in het verleden niet op veel steun kon rekenen van de overwegend soennitische bevolking - zich na het vertrek van IS wel kan laten gelden, waarschuwen soennitische politici.