De laatste jaren is er regelmatig ophef over de moskeekoepelorganisatie Diyanet. Zo zou de organisatie informatie over Nederlandse Gülen-aanhangers hebben doorgespeeld aan Turkije. Wat is Diyanet en wat zijn de banden tussen de organisatie en de Turkse regering? 

Wat is (de) Diyanet?

Na het uitroepen van de Turkse Republiek door legerleider Mustafa 'Atatürk' Kemal in 1923 werd een strenge scheiding tussen kerk en staat ingevoerd.

Dat betekende dat een vervanging nodig was voor de hoge regeringsfunctionarissen die zich in het Ottomaanse rijk hadden beziggehouden met godsdienstige zaken, zoals het islamitische onderwijs en de rechtspraak. Voor die doeleinden werd het Presidium voor Godsdienstzaken opgericht ('Diyanet İşleri Başkanlığı').

Deze soennitische 'Turkse staatskerk' wordt niet geleid door geestelijken, maar door leken, en was oorspronkelijk  bedoeld om alles wat met religie te maken had strak te controleren en de scheiding tussen kerk en staat te beschermen.

Nadat de islamitische Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) van president Recep Tayyip Erdogan in 2002 aan de macht kwam, werd de scheiding tussen kerk en staat gaandeweg afgezwakt. De Diyanet bleef de hoogste religieuze autoriteit, maar nu werd het hoofddoel van de organisatie het verspreiden van het hanafi-soennisme, de grootste islamitische stroming in Turkije.

Dankzij de opmars van de AK-partij groeide het budget van het instituut tussen 2002 en 2014 van 298 miljoen euro naar bijna 2,2 miljard euro.

Wat doet de Diyanet?

De Diyanet bouwt moskeeën. In Turkije zijn dat er 90.000. Het instituut leidt ook imams op die in de gebedshuizen aan het werk gaan. Zij blijven in dienst van de Diyanet en gelden als overheidsambtenaren.

Daarnaast bouwt en beheert de Diyanet moskeeën in landen met een grote Turkse gemeenschap, zoals Nederland en België. 

Waarom is er ophef over de Diyanet?

Dankzij de nauwe banden met de regering van Erdogan wordt de organisatie regelmatig beschreven als 'de lange arm van Turkije'.

In Nederland valt de Tweede Kamer onder andere over de buitenlandse financiering van gebedshuizen in Nederland. Bovendien ziet de Kamer liever geen in Turkije opgeleide imams in Nederlandse moskeeën. In september steunde een Kamermeerderheid de motie van CDA-leider Sybrand Buma dat Diyanet een ongewenste invloed heeft in ons land.

Ministers Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie) en Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) schreven begin december aan de Kamer dat het kabinet van plan is buitenlandse financiële steun aan moskeeën en andere islamitische instellingen strenger te reguleren.

Eind 2016 kwam de Nederlandse afdeling van Diyanet, de Islamitische Stichting Nederland (ISN), in opspraak. Informatie over aanhangers van de Turkse geestelijk leider Fetullah Gülen, tevens aartsrivaal van Erdogan, zou zijn doorgegeven aan de Turkse regering. Minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken noemde dat "niet aanvaardbaar" en riep de Turkse ambassadeur op het matje. 

In Turkije is Diyanet omstreden, omdat het als goed gefinancierde overheidsorganisatie op oneerlijke wijze kan 'concurreren' met minderheidsgroepen zoals de Alevieten, de op één na grootste religieuze stroming in het land (en onder Turkse Nederlanders).

Zo hebben de meeste godsdienstlessen op Turkse scholen een uitgesproken soennitische grondslag en ontvangen niet-soennitische gebedshuizen geen financiële steun van de overheid.