Fidel Castro, 47 jaar lang de leider van Cuba

De zaterdag overleden Fidel Castro maakte van Cuba een communistisch land, trad keihard op tegen politieke tegenstanders maar was ook populair onder een groot deel van zijn eigen bevolking.

Fidel Alejandro Castro Ruz, geboren op 13 augustus 1926, was de zoon van een rijke, uit Spanje geëmigreerde plantagehouder. Hij studeerde rechten en werkte enkele jaren als advocaat. Door de staatsgreep van de rechtse generaal Fulgencio Batista in 1952 belandde Castro in de politiek.

Castro was van 1959 tot 2006 de onbetwiste leider van Cuba. In die tijd overleefde hij liefst zeshonderd moordaanslagen en trotseerde de tegenwerking van de Verenigde Staten, die het eiland zagen als een voorpost van de Sovjet-Unie.

Che Guevara

In 1953 voerde Castro een mislukte aanval uit op de Moncada-kazerne, zo’n tachtig kilometer ten westen van Guantanamo. De aanval wordt gezien als het begin van de Cubaanse revolutie. Castro had als doel om de toenmalige president Fulgencio Batista af te zetten. Batista werd gezien als dictator en spreekpop van de Amerikanen.

Voor de aanval zat hij twee jaar in de gevangenis. Daarna reisde de jonge Castro samen met zijn broer en Che Guevara door naar Mexico. Samen startten zij een revolutionaire voorhoede onder de naam M-26-7 (Movimiento 26 de Julio).

Guerillaoorlog

Met de terugkeer naar Cuba begon de groep een succesvolle guerillaoorlog tegen de troepen van Batista. De president sloeg op de vlucht, waarna Castro werd uitgeroepen tot opperbevelhebber van de strijdkrachten en kort daarna tot premier. Eenmaal aan de macht laat hij eerst zeshonderd politieke tegenstanders executeren. 

Met zijn nieuwe titel trok Castro ook de aandacht van de Amerikanen. De communistische Castro werd gezien als een bedreiging en moest worden aangepakt, wat leidde tot een mislukte invasie in de Varkensbaai in 1961. Kort daarop stelden de Amerikanen een economische blokkade op tegen Cuba. Deze handelsbelemmeringen lijken pas in 2016 te worden opgeheven.

Kernoorlog

Met de Cubaanse rakettencrisis kwam het dichtbij een kernoorlog. Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov wilde atoomwapens plaatsen op Cuba, Castro ging daarmee akkoord. Er werden vervolgens vrachtschepen gestuurd met de wapens richting Cuba. De Amerikanen kwamen echter achter deze plannen en plaatsten een militaire blokkade rondom Cuba.

Eind oktober 1962 gaf de Sovjet-Unie toe aan de eisen van de Amerikanen: de schepen werden teruggestuurd voordat ze ooit de kust van Cuba hadden bereikt.

Populariteit

De Amerikaanse politiek die werd gevoerd tegen Cuba had juist een positieve werking op de populariteit van Castro. Vooral de economische blokkade werd door Castro juist gebruikt als propaganda om de Cubanen te verenigen.

Het regime van Castro maakte tevens korte metten met politieke tegenstanders. Volgens verschillende mensenrechtenorganisaties werden er regelmatig mensen gemarteld. Duizenden Cubanen zijn tijdens het bewind van Castro gevlucht naar de Verenigde Staten.

Bill Clinton

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 verdwenen zijn politieke vrienden en daarmee de economische steun. Cuba verpauperde zienderogen. Maar Castro bleef het communisme trouw en gaf de VS de schuld van de armoede van zijn volk.

In 2000 ontmoette Castro Bill Clinton, die als eerste Amerikaanse president de hand van de Cubaanse leider schudde. Een verbetering van de relatie tussen beide landen kwam echter pas nadat broer Raúl Castro de leiding had overgenomen van Fidel.

De oud-president kwakkelde sinds de jaren negentig met zijn gezondheid en verscheen de laatste jaren nog maar zelden in het openbaar.

Lees meer over:
Tip de redactie