Dinsdag stemde de Senaat in met het voorstel om het Nederlandse parlementaire systeem een grondig door te lichten. Een commissie gaat onder andere onderzoeken of we anno 2016 nog wel een Eerste en Tweede Kamer nodig hebben. Wat is het probleem?

De leden van de Eerste Kamer worden indirect gekozen, maar hebben in ons parlementair stelsel wel het laatste woord.

Wetsvoorstellen die door de Tweede Kamer zijn aangenomen, worden in ons parlementaire stelsel nog eens tegen het licht gehouden in de Eerste Kamer.

De senatoren kijken voornamelijk naar de juridische haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de wetten, maar zijn zeker niet a-politiek. 

Dat werd ook het kabinet pijnlijk duidelijk toen in december 2014 drie PvdA-senatoren de zorgwet van minister Edith Schippers (Volksgezondheid) verwierpen.

Dat is ook gelijk het belangrijkste wapen van de Senaat: het recht om wetsvoorstellen te vetoën. 

De Eerste Kamer heeft namelijk niet het recht zelf met wetsvoorstellen te komen of om voorstellen te amenderen.

Critici, waaronder VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra, vinden dat er nog eens goed gekeken moet worden naar het feit dat de senatoren het laatste woord hebben in onze democratie.

De rol van de Eerste Kamer is al langer voer voor discussie. 

Zijlstra beklaagde zich vaker over senatoren die "Tweede Kamertje" speelden. Omdat het kabinet geen meerderheid heeft in de Senaat moet het op zoek naar een meerderheid in dat huis. Gezien het versplinterde politieke landschap is de verwachting dat ook komende kabinetten niet automatisch kunnen rekenen op een meerderheid in de Eerste Kamer.

Als de Eerste Kamer enkel een reflectiekamer is, zou dat niet moeten uitmaken. Dat er gezocht moet worden naar meerderheden in zowel de Tweede als Eerste Kamer, maakt ook de Senaat een politieke kamer.

Wat de rol van de Eerste Kamer echt is, is ook niet duidelijk.

De kamer werd in 1815 opgericht om de Belgische adel een gegarandeerde zetel in de volksvertegenwoordiging te bieden. Een wettelijke taakomschrijving is er niet. Tot het revolutiejaar 1848 bepaalde namelijk de koning wie er zitting nam in de Senaat.

Toen de Belgen zich in 1830 van het Koninkrijk afscheidden, verloor de Eerste Kamer eigenlijk zijn functie. 

Gedurende de loop van de geschiedenis is wel vaker de vraag opgeworpen wat de rol van de Senaat in onze democratie vervult. Architect van ons huidig parlementair stelsel Johan Thorbecke was nog voor de afschaffing van de Eerste Kamer, omdat het een kamer "zonder grond en zonder doel" was.

Hij bleef, net als de andere criticasters die zich in de loop van de geschiedenis tegen de Senaat hadden gekeerd, in de minderheid.

De nieuwe rol die Senaat kreeg toebedeeld was dat de senatoren de laatste check waren tegen de "waan van de dag", en dat is een rol die deze reflectiekamer zichzelf nog steeds toekent. Die rol is echter meer gebasseerd op conventies dan op de wet.

Nu komt er een onderzoek naar het huidige parlementaire stelsel.

Voormalig VVD-senator Loek Hermans wilde dat en ook de rol van de Eerste Kamer nog eens goed tegen het licht houden en vroeg om een onderzoek naar het bestel.

"Het is 35 jaar geleden dat we voor het laatst naar het functioneren van ons staatsbestel hebben gekeken, terwijl het politieke landschap enorm is veranderd", zei Hermans in maart vorig jaar. "Uiteindelijk is de Eerste Kamer natuurlijk een politiek orgaan dat het vetorecht heeft."

Hermans heeft de Senaat inmiddels verlaten, maar het onderzoek komt er nu wel. De staatscommissie gaat onderzoeken of het stelsel met twee Kamers nog toekomstbestendig is. Ook moet ze met voorstellen voor modernisering van het stelsel komen.

Wanneer het onderzoek is afgerond, is nog niet bekend.