Sinds de invoering van het nieuwe leenstelsel op 1 september 2015, moeten studenten het in het hoger onderwijs zonder de basisbeurs doen. Wat is er in het nieuwe stelsel veranderd?

De basisbeurs is verdwenen

De basisbeurs in het hoger onderwijs heeft plaatsgemaakt voor het studievoorschot. Sinds 1 september kunnen studenten maandelijks maximaal 1.016,71 euro lenen. Daarvan is 854,13 euro een lening inclusief een eventuele aanvullende beurs. Het resterende bedrag van 162,58 euro is bedoeld voor het betalen van collegegeld (collegegeldkrediet).

Er is geen onderscheid meer tussen thuis- en uitwonend

In het oude stelsel werd nog onderscheid gemaakt tussen thuis- en uitwonende studenten. Dat is verdwenen. Uitwonende studenten in het oude stelsel kregen een basisbeurs van 286,15 euro per maand. En thuiswonende studenten ontvingen 102,77 euro per maand.

Samen met een eventuele aanvullende beurs, een lening en collegegeldkrediet ging het om maximumbedragen van 1.012,96 euro voor studenten op kamers en 808,17 euro voor studenten die nog thuis wonen.

De studiefinanciering is geen gift meer

Tot nu toe werd de studiefinanciering voor de eerste vier jaar omgezet in een gift, als de student zijn of haar diploma binnen tien jaar had behaald. Deze regeling is vervallen. De nieuwe bachelor- en masterstudenten moeten de lening en het collegegeldkrediet later met rente terugbetalen.

Het studentenreisproduct voor het openbaar vervoer en de aanvullende beurs kunnen in het nieuwe stelsel nog wel een gift worden.

De aflossingsregels zijn versoepeld

In het oude stelsel gold nog een verplichte aflossingstermijn van vijftien jaar, maar in het nieuwe stelsel kan de studieschuld in 35 jaar afgelost worden. Na 35 jaar wordt een eventuele restschuld kwijtgescholden.

Ook daalt het maximale percentage van het inkomen dat de ex-student moet inzetten voor de aflossing. Het maandelijkse aflossingsbedrag is maximaal 4 procent van wat iemand maandelijks boven het minimumloon verdient. Nu is dat nog maximaal 12 procent. Afgestudeerden die het wettelijk minimumloon of minder verdienen, hoeven niet af te lossen.

Verder kan er in het nieuwe stelsel sneller rekening worden gehouden met een inkomensdaling. Voorwaarde is wel dat het inkomen met minstens 15 procent moet zijn gedaald. Voorheen werd voor het aflossen standaard gekeken naar het inkomen van twee jaar geleden.

Afgestudeerden krijgen voucher voor bijscholing

De eerste lichtingen die het studievoorschot lenen, krijgen een voucher van 2.000 euro. Die kunnen zij vijf tot tien jaar na het afstuderen gebruiken voor bijscholing.

Het gaat om de studenten die tussen 2015 en 2018 beginnen met een opleiding. Deze groep wordt gecompenseerd, omdat deze lichtingen nog "niet volop" profiteren van de investeringen in de kwaliteit van het hoger onderwijs. Het geld dat nu niet meer naar de basisbeurs gaat, wordt namelijk later in het onderwijs gestoken.

Situatie voor huidige studenten en mbo'ers blijft hetzelfde

Hbo- en wo-studenten die vorig studiejaar of al eerder zijn begonnen met studeren, kunnen hun opleiding afmaken met een basisbeurs. Studenten die al studiefinanciering krijgen en een jaar met hun studie stoppen, houden daarna recht op een basisbeurs.

Als een student vorig studiejaar al is begonnen met een bachelor of master en dit studiejaar of later overstapt op een andere opleiding, houdt hij of zij ook recht op een basisbeurs. Voor mbo-studenten heeft de invoering van het nieuwe stelsel geen gevolgen.

De aanvullende beurs is in stand gehouden

De aanvullende beurs blijft in het nieuwe leenstelsel bestaan. Studenten met ouders die gezamenlijk minder dan 46.000 euro bruto per jaar verdienen, kunnen een aanvullende beurs krijgen. Studenten met broers of zussen die ook studeren of nog naar school gaan, kunnen mogelijk een aanvullende beurs krijgen. Ook als hun ouders samen meer dan 46.000 euro verdienen.

Het gaat om een bedrag van maximaal 378,22 euro. Dat is ruim 100 euro meer dan voor september 2015.

Ook het studentenreisproduct blijft

Studenten kunnen met een abonnement op hun ov-chipkaart op specifieke tijden gratis reizen. Per 2017 kunnen ook minderjarige mbo-studenten een studentenreisproduct krijgen.