Vrijdag heeft het gerechtshof beslist kroongetuige Fred Ros en hoofdverdachte Dino Soerel niet in vrijheid te stellen in de veelomvattende liquidatiezaak Passageproces. De zaak draait om een reeks afrekeningen in de Amsterdamse onderwereld.

Het Passageproces gaat om zeven liquidaties.

Een aantal moorden uit 1993: op de twee jonge Joegoslaven Djordje Ilic en Samir Hadziselimovic, de Amsterdamse sportschoolhouder Tonnie van Maurik en drugshandelaar Henie Shamel en zijn Belgische vriendin Anne de Witte.

Verder zijn de liquidatie van drugshandelaar Kees Houtman in 2005 en de moord op Thomas van der Bijl een jaar later in het proces opgenomen.

Daarnaast wordt een aantal van de terechtgestelden verdacht van poging tot liquidatie of het voorbereiden daarvan.

De zaak Passage dient in hoger beroep. 

Elf personen staan terecht in het Passageproces.

De belangrijkste 'grote vissen' voor het Openbaar Ministerie (OM) in het Passageproces zijn Dino Soerel en Jesse R. Soerel is volgens het OM onder meer opdrachtgever van de moorden op Houtman en Van der Bijl.

Ook Jesse R. is een grote pion in het proces. Niet als opdrachtgever, maar wel als dé moordenaar die betrokken was bij alle zeven liquidaties.

Soerel werd eerder vrijgesproken voor zijn rol bij de moorden op Houtman en Van der Bijl. R. kreeg levenslang. Zowel het OM als R. gingen in hoger beroep.

Andere verdachten zijn Mohammed R. Eerder tot levenslang veroordeeld voor betrokkenheid bij de liquidaties van Ilic, Hadziselimovic, Van Maurik, Shamel en De Witte. En Sjaak B., veroordeeld tot 3,5 jaar cel voor betrokkenheid bij de moorden op Houtman en Van der Bijl. 

Het OM beschikt in de zaak over twee kroongetuigen: Fred Ros en Peter la S. 

Fred Ros is zelf veroordeeld tot dertig jaar cel, onder meer voor het organiseren van de moord op Houtman. In hoger beroep heeft het OM hem een gehalveerde strafeis van vijftien jaar toegezegd, in ruil voor een pakket verklaringen. 

Peter la S. was de eerste kroongetuige van het OM. Hij is veroordeeld tot acht jaar cel voor de moord op Kees Houtman en poging tot moord in een andere zaak. Hij kreeg tijdens zijn detentie een andere identiteit en een ander uiterlijk en is inmiddels weer op vrije voeten. Hoogstwaarschijnlijk verblijft hij in het buitenland. 

De naam van Willem Holleeder hangt boven het liquidatieproces Passage.

De belangrijkste naam die wel boven het proces Passage hangt, maar niet in dit proces voor de rechter staat is Willem Holleeder. Bij aanvang van het proces was er te weinig bewijs tegen Holleeder om over te gaan tot vervolging.

Tijdens het proces noemde kroongetuige Fred Ros Holleeder onder meer als opdrachtgever voor de moorden op Houtman en Van der Bijl.

Het Openbaar Ministerie besloot naar aanleiding van die verklaring Holleeder op te pakken. Holleeder wordt er onder meer van verdacht de hand te hebben gehad in de dood van zijn oude vriend Cor van Hout (2003), vastgoedmagnaat Willem Endstra (2004), Kees Houtman (2005), John Mieremet (2005) en Thomas van der Bijl (2006). 

Deze zaak Vandros dient apart voor de rechtbank.

Zussen en ex Holleeder gehoord.

De zussen en ex van Willem Holleeder zijn ook gehoord. De kennis van Sonja en Astrid Holleeder en Sandra den Hartog over de liquidaties in het criminele milieu is belangrijk. Willem Holleeder zou met onder anderen Dino Soerel, Fred Ros, Jesse R. en de inmiddels geliquideerde Ali Akgün hebben samengewerkt.

Zij verklaarden nauwelijks tot geen kennis te hebben over de verdachten. Zij schetsen vooral een beeld van Willem Holleeder die hun leven bepaalde.