De dinsdag in het grensgebied tussen Turkije en Syrië neergeschoten Sukhoi Su-24 is een oudje in de Russische strijdkrachten. 

Het eerste productietoestel vloog al in december 1971 en sindsdien zijn er ongeveer 1.200 gebouwd in verschillende varianten.

In het westen kreeg het toestel, bedoeld voor het aanvallen van gronddoelen, de codenaam Fencer. Russische bemanningen noemen de Sukhoi Chemodan (Koffer) vanwege de veelzijdigheid en de vele mogelijkheden.

De Sovjet-Unie gebruikte een paar Sukhoi's in Afghanistan in 1984 en de Fencer werd door de Russen ook ingezet in Tsjetsjenië. Zijn nauwkeurigheid om bommen af te werpen tijdens dat laatste conflict is bekritiseerd, omdat er erg veel burgerslachtoffers vielen en gebouwen werden getroffen.

De Sukhoi Su-24 is op kleine schaal geëxporteerd. Algerije, Libië, Syrië Irak en Iran kochten een aantal toestellen van het type MK.

Veel voormalige staten van de Sovjet-Unie hebben de Sukhoi nog in dienst. Azerbeidzjan, Wit-Rusland, Kazachstan, Oezbekistan en Oekraïne beschikken over de aanvalsvliegtuigen die tot 8.000 kilo aan bommen of raketten kunnen dragen.

Video: Turkije schiet gevechtsvliegtuig neer bij Syrië