De politievakbonden voerden sinds maart actie om hun eisen voor een betere cao kracht bij te zetten. De vorige cao liep 1 januari af. Ondertussen zijn de vakbonden en de minister in gesprek en zijn de acties opgeschort.

De bonden hebben op verschillende manieren actie gevoerd. Zo werden er werkonderbrekingen georganiseerd en waren er acties aan het begin van dit eredivisieseizoen en tijdens de eerste etappe van de Tour de France. Sinds dit voorjaar is er al niet meer onderhandeld.

De acties van de bonden zou de overheid minstens 70 miljoen euro hebben gekost, zo schatten de vakbonden ACP en ANPV in.

Waarom staken de agenten?

Waar de andere bonden akkoord gingen met het in juli gesloten loonakkoord, vonden de politiebonden het bod te karig. Het kabinet had geld uitgetrokken voor 5,05 procent loongsverhoging over 2015 en 2016 en 500 euro extra, als compensatie voor de nullijn waar de politieagenten al vier jaar op zitten.

Dit werd door de vakbonden vooral gezien als sigaar uit eigen doos, omdat in de verhoging ook geld zit dat anders voor pensioenen zou zijn gebruikt.

Omdat het overleg zo vast zat werd in september een verkenner ingezet om de partijen weer tot elkaar te laten komen. De verkenner, Hans Borstlap, adviseerde meer geld uit te trekken. Daarnaast zou in zijn advies staan dat de duur van de cao drie jaar zou moeten zijn in plaats van twee, met een extra loonsverhoging in het derde jaar. 

In gesprek

De acties van de vakbonden zijn sinds begin november opgeschort, nadat is gebleken dat zowel minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie) als de vakbonden het mandaat hebben gekregen verder te onderhandelen.

Onderdeel daarvan zou zijn dat de minister de bonden financieel meer tegemoet kan komen. Het rapport dat Borstlap heeft geschreven dient als basis voor de onderhandelingen tussen de minister en de vakbonden.