Verschillende Europese landen voeren de grenscontroles weer in. De toestroom van vluchtelingen moet op die manier beter gereguleerd worden.

Grenscontroles zijn er niet meer sinds het Verdrag van Schengen, dat vrij verkeer van personen in Europa garandeert. Wat is het Verdrag van Schengen precies?

Op 14 juni 1985 sloten de regeringsleiders van België, Nederland, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk het eerste Verdrag van Schengen. Daarna werd het verdrag steeds verder uitgebreid. In totaal 22 lidstaten van de Europese Unie hebben zich aangesloten. Ook de niet-lidstaten IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein maken hier deel van uit.

Burgers uit landen die het verdrag hebben ondertekend, hebben geen visum nodig om binnen de aangesloten landen te reizen. Dit gebied zonder binnengrenzen is omgedoopt tot Schengenruimte. Naast de vrijheid van burgers om zonder controles te reizen, hebben de landen afspraken gemaakt over onder meer het asielbeleid en samenwerking tussen politie en justitie.

De overeenkomst werd vernoemd naar Schengen, het dorp op het Luxemburgse drielandenpunt met Duitsland en Frankrijk, waar het verdrag is ondertekend.

De Schengenlanden kunnen bij bijzondere omstandigheden tijdelijke ontheffing van het verdrag vragen. Tijdens het WK voetbal in Duitsland in 2006 bijvoorbeeld werd het verdrag opgeschort om voetbalhooligans en relschoppers aan de grens te kunnen weren.