Het hoger beroep in de Valkenburgse zedenzaak is woensdag 30 november van start gegaan. Het OM ging niet akkoord met de cel- en taakstraffen die 27 'klanten' van de 16-jarige tot prostitutie gedwongen Kimberley opgelegd kregen. Hoe zit het ook alweer met deze zaak?

De verdachten zijn veroordeeld voor het plegen van ontucht met een 16-jarig meisje.

De ontucht heeft in september en oktober 2014 plaatsgevonden in een hotel in Valkenburg. Het meisje werd geprostitueerd door de 21-jarige loverboy Armin A. Hij is in juli vorig jaar tot veroordeeld tot twee jaar cel voor mensenhandel. 

De jongste verdachte van de groep 'klanten' is 21 jaar, de oudste verdachte 56. 

27 verdachten kregen eerder cel- en taakstraffen. 

Het OM had in totaal 29 verdachten in beeld die seks zouden hebben gehad met het minderjarige meisje. Twee verdachten werden vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.

De rechter legde onder meer een celstraf op van zes maanden (waarvan die voorwaardelijk) aan een jeugdleider bij een jeugdzorginstelling. Hij begeleidde jongeren met ernstige gedragsproblemen. Loverboy A. zat in de kliniek waar de jeugdleider werkte en kwam via hem in contact met het meisje.

De meeste verdachten kregen één dag gevangenisstraf, gecombineerd met een werkstraf. De rechter oordeelde dat de mannen niet bewust op zoek waren naar seks met een minderjarig meisje. Ze dachten dat het ging om iemand van achttien jaar. Een onvoorwaardelijke taakstraf zou daarom te zwaar zijn. 

Het OM ging in hoger beroep.

Het OM ging in het geval van 27 klanten in beroep tegen de uitspraken van de rechtbank. In de visie van het OM zijn te lage straffen opgelegd. 

Tegen vier mannen werd een strafverlaging geëist, omdat zij op 30 november op zitting verschenen en berouw toonden. Zes verdachten kwamen niet opdagen. Alle verdachten hoorden celstraffen eisen, deels voorwaardelijk.

Het gerechtshof heeft de uitspraak grotendeels in stand gehouden.

Voor de meeste verdachten was de uitspraak gelijk aan die van de lagere rechtbank. 23 verdachten kregen een taakstraf en een celstraf van één dag. Vier mannen zijn vrijgesproken, omdat volgens het hof niet is bewezen dat zij seks hadden met het meisje.

Een verdachte kreeg een zwaardere straf opgelegd dan eerder, namelijk een taakstraf van 240 uur en een celstraf van 180 dagen, waarvan 178 voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

Het OM acht de mannen schuldig aan ontucht tegen betaling.

Het OM heeft celstraffen variërend van een jaar onvoorwaardelijk tot acht maanden waarvan zes voorwaardelijk geëist tegen tien mannen. De hoogste eis was tien maanden cel.

Een man hoorde twaalf maanden waarvan vier voorwaardelijk, omdat hij werkzaam was al jeugdwerker. In die hoedanigheid werkte hij ook met meisjes die slachtoffer waren van loverboys. Het OM eist dat hij gedurende een proeftijd van vijf jaar geen beroep of werkzaamheden mag uitoefenen waarbij hij in aanraking komt met minderjarige vrouwen tussen de twaalf en achttien jaar.

De verdachten konden worden achterhaald door de telefoon van A.

Daarin stonden ongeveer tachtig telefoonnummers van klanten waarmee het meisje contact heeft gehad. Uiteindelijk had het OM van 29 verdachten genoeg bewijs verzameld voor vervolging. Veel van de verdachten komen niet naar de zittingen toe uit angst voor de media-aandacht.

De officier van justitie gebruikte tijdens de zitting "ferme taal".

"Dat het gevolgen kan hebben voor hun huwelijk of relatie, daar zit ik niet mee'', zei de zaaksofficier vorige zomer tijdens de zitting. ''Deze mannen hadden seks met een minderjarige. Ik ga ze niet helpen dat geheim te houden.''

De hoofdofficier van het OM in Limburg zei de grote woorden van zijn collega te "betreuren". "Door deze woorden is de publiciteit voor de zaak heel groot geworden". Twee verdachten hebben zelfmoord gepleegd na de publiciteit rond deze zaak. Het OM bestrijdt een verband met de zelfmoorden in deze zaak.