ABN Amro is in 2015 teruggekeerd naar de beurs in Amsterdam. In mei vorig jaar had het kabinet het licht al op groen gezet.

Hoe ziet de voormalige bankgigant, die in 2007 werd opgesplitst door de drie partijen die het concern overnamen, er tegenwoordig uit? Een profiel.

Het bedrijf was begin deze eeuw nog dé bank van Nederland, een van de grootste financiële instellingen ter wereld. Een vijandige overname en opsplitsing in 2007 en vervolgens de financiële crisis in 2008 brachten het concern echter aan de rand van de afgrond.

De ondergang werd voorkomen door de Nederlandse overheid, die met haar redding een bescheiden comeback mogelijk maakte.

De wortels van de bank liggen in 1824, het jaar waarin Koning Willem I de Nederlandsche Handel-Maatschappij oprichtte. ABN Amro zelf ontstaat in 1991 uit een fusie tussen de ABN en de Amsterdam-Rotterdam Bank (Amro). 

Het fusiebedrijf timmert aan de weg met diverse grote overnames in het buitenland en krijgt eind jaren negentig een notering aan de New York Stock Exchange. De ambities van de bank blijken ook uit het nieuwe hoofdkantoor, dat in 1999 aan de Amsterdamse Zuidas verrijst.

ABN Amro slaagt er niet in de hoge kosten omlaag te brengen.

ABN Amro boekt in die jaren steeds meer winst, maar het lukt de bank niet de hoge kosten omlaag te brengen. De koers van het aandeel ABN Amro blijft hierdoor relatief laag, wat de internationale expansie belemmert.

Onder leiding van topman Rijkman Groenink wordt ABN Amro uiteindelijk zelf overnameprooi. Begin 2007 krijgt de bank het aan de stok met een activistische aandeelhouder die wil dat ABN wordt opgesplitst om meer waarde voor de aandeelhouders te creëren.

Later in het jaar wordt dit werkelijkheid, wanneer een bankentrio bestaande uit het Belgische Fortis, het Britse RBS en het Spaanse Banco Santander een bod doet op de bank voor een ongekend hoog bedrag van 72 miljard euro.

Minister van Financiën Wouter Bos trekt miljarden uit voor de nationalisering.

Vlak na de overname breekt de mondiale financiële crisis uit en ziet toenmalig minister van Financiën Wouter Bos zich gedwongen miljarden uit te trekken voor de nationalisering van de Nederlandse delen van ABN en Fortis.

In totaal werd de afgelopen jaren zo'n 30 miljard euro betaald voor de bedrijfsonderdelen die verder gingen als het 'nieuwe' ABN Amro en verzekeraar ASR.

De staatsbank die sinds 2009 onder leiding staat van oud-minister Gerrit Zalm is maar een schim van het vroegere ABN Amro.  In totaal telde de bank eind vorig jaar 22.215 medewerkers, van wie ruim 18.000 in Nederland. Uitzendkrachten zijn hierin buiten beschouwing gelaten. ABN AMRO kondigde in november vorig jaar aan in de periode tot 2018 650 tot duizend banen te schrappen.

De manier waarop ABN Amro voorafgaand aan de overname van 2007 werd bestuurd, is de afgelopen jaren symbool geworden voor de mentaliteit die aan de basis stond van de financiële crisis.

ABN Amro is vooral actief in Europa.

De bank telt vijftien dochterondernemingen en is vooral actief in Europa, met een zwaartepunt in Nederland. Het bedrijf bedient nog wel klanten in Azië, Noord- en Zuid-Amerika en Australië.

De 62-jarige voormalig minister van Financiën Gerrit Zalm trad in december 2008 toe tot het bestuur, als vice-voorzitter, en gaf vervolgens leiding aan een team dat moest zorgen voor een soepele integratie van ABN Amro en Fortis Bank Nederland. Sinds 1 april 2010 is Zalm bestuursvoorzitter. Kees van Dijkhuizen is de financieel directeur.

De Nederlandse staat bracht in totaal 188 miljoen certificaten van aandelen van de genationaliseerde bank op de markt, voor 17,75 euro per stuk. Zo levert het eerste deel van de beursgang van ABN 3,3 miljard euro op. 

Het aandeel ABN Amro opende op de eerste handelsdag licht hoger op de beurs van Amsterdam. Bij de start van de handel stond het 2,4 procent hoger op 18,18 euro.