Ruim een jaar na de invoering van de nieuwe wet voor de persoonsgebonden budgetten (pgb) zijn de problemen rond de uitbetalingen nog steeds niet opgelost.

Onlangs bleek dat ict-systemen van de Sociale Verzekeringsbank (SVB), die verantwoordelijk is voor de uitbetalingen, de uitbetalingen niet aankan.

Eerder concludeerde de Nationale ombudsman dat de overheid aan alle kanten heeft gefaald bij de invoering van de nieuwe wet.

De Tweede Kamer debatteert dinsdag met verantwoordelijk staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid) voor alweer de tiende keer over de aanhoudende pgb-problemen. Ook staatssecretaris Jetta Kleinsma (Sociale Zaken), die verantwoordelijk is voor de SVB, zal aanwezig zijn.

Wat is het persoonsgebonden budget?

Met het persoonsgebonden budget (pgb) kunnen ouderen, gehandicapten en langdurige zieken zelf hun zorg inkopen.

Het systeem is in 1996 opgetuigd door toenmalig VVD-staatssecretaris Erica Terpstra. Het idee van de liberalen, die sinds jaar en dag pleiten voor meer marktwerking in de zorg, is dat patiënten zelf het beste kunnen bepalen welke zorgverlener ze willen, welke voorzieningen ze nodig hebben en welke hulpmiddelen ze in huis willen halen.

De budgethouders kregen het geld direct op hun rekening overgemaakt, waarna zij zelf hun zorgverlener betaalden. Er werd pas achteraf gecontroleerd of de declaratie ook echt terecht was. Dat maakte het systeem erg fraudegevoelig.

Malafide zorgverleners misbruikten het systeem door wel het geld te innen, maar niet de zorg te verlenen. Budgethouders vroegen geld voor een rolstoel, maar werden door controleurs al wandelend over straat betrapt.

De Tweede Kamer wilde dan ook dat het systeem op de schop ging, en snel ook.

Wat is er veranderd?

Vanaf 1 januari 2015 krijgen budgethouders daarom niet langer vooraf, maar achteraf het geld voor de inkoop van de zorg. Nu wordt vooraf gecontroleerd wat er met het geld gaat gebeuren en niet meer als het al is uitgegeven.

Dat gaat als volgt: eerst bepaalt de gemeente of een patiënt aanspraak maakt op het pgb. Daarna kijkt het Centraal Administratiekantoor (CAK) of er een eigen bijdrage moet worden betaald. Daar moet weer contact voor worden opgenomen met de Belastingdienst.

Dan moet de budgethouder een zorgcontract opstellen met de zorgverlener. Die moet vervolgens worden goedgekeurd door de gemeente of het zorgkantoor. 

Pas na goedkeuring van het contract en een fiat van de gemeente of het zorgkantoor, wordt de zorgverlener uitbetaald. Niet door de patiënt, de gemeente of het zorgkantoor, maar door de Sociale Verzekeringsbank (SVB).  

Wat is het probleem?

Deze veranderingen zijn te ingrijpend gebleken. Richtingaanwijzers in het administratieve doolhof zijn er onvoldoende geweest: zorgcontracten werden laat opgestuurd en de SVB kreeg veel meer aanmeldingen binnen dan verwacht.

Daarnaast bleek de SVB onvoldoende voorbereid op de nieuwe taak. Zorgcontracten raakten kwijt en er waren onvoldoende medewerkers om de stroom aan vragen en klachten te behandelen. In februari 2016 concludeert het Bureau ICT-toetsing (BIT) dat de ict-systemen van de SVB tekortschieten.

Het gevolg was dat veel zorgverleners van de pgb-houders niet werden uitbetaald. Zij kwamen weken, soms wel maanden, zonder salaris te zitten, met alle financiële gevolgen van dien. En nog steeds wachten er zorgverleners op hun geld.

Eind januari van dit jaar wordt de voorzitter van de raad van bestuur van de SVB, Nicoly Vermeulen, ontslagen vanwege de uitbetalingsproblemen.

Wat doet Van Rijn?

Wanneer in februari 2015 de uitbetalingsproblemen aan het licht komen, grijpt de staatssecretaris terug op het noodscenario: budgethouders hoeven niet langer op goedkeuring van hun zorgcontracten te wachten en kunnen hun declaraties direct opsturen. Deze worden met voorrang behandeld. Dat is nog steeds het geval, terwijl het nieuwe stelsel er juist voor moest zorgen dat er pas achteraf na goedkeuring van de declaraties werd uitbetaald.

De problemen zullen half februari zijn opgelost, zegt Van Rijn. De SVB heeft er extra mankracht bij gekregen en het zogenoemde rapid response team moet op de schrijnende gevallen duiken.

Maar de chaos blijkt te hardnekkig. In maart komt Van Rijn met een herstelplan om de malaise nu echt op te lossen. Rond juni moet het uitbetalingssysteem echt werken.

Zolang kan de Kamer niet wachten: 15 mei moet het systeem werken, krijgt de staatssecretaris als opdracht mee. Maar ook dat lukt niet.

De staatssecretaris beloofde eerder dat de problemen met de pgb na de zomer opgelost zouden zijn, maar daar komt hij eind juni op terug. Hij hoopt het systeem 1 januari 2016 draaiend te krijgen.

Ondertussen overleeft Van Rijn het meerdere pgb-debatten. De SP, PVV en CDA hebben het vertrouwen in de minister echter al opgezegd. VVD, PvdA en D66 blijven Van Rijn steunen. De partijen vinden dat Van Rijn uiteindelijk de beste man is om de problemen op te lossen.

Een meerderheid van de Tweede Kamer wil nu dat het uitbetalingssysteem op de schop gaat.