In vele landen, ook in Nederland, wordt de 'Armeense genocide' herdacht. Die begon precies honderd jaar geleden en kostte aan honderdduizenden tot 1,5 miljoen Armeniërs het leven. 

De term genocide is omstreden. Turkije verwerpt de term, terwijl veel landen wel spreken van genocide. Nederland spreekt formeel van de ''kwestie van de Armeense genocide''.

Op 24 april 1915, in de nadagen van het Ottomaanse rijk, begon de vervolging van de Armeense minderheid. In het toenmalige Constantinopel (nu Istanbul) werden honderden Armeense intellectuelen opgepakt en vermoord.

In de jaren die volgenden werden Armeense mannen massaal vermoord en vrouwen, kinderen en ouderen op dodenmars gestuurd.

Volgens Armenië zijn 1,5 miljoen mensen vermoord en was er sprake van genocide of volkerenmoord. Turkije, de opvolger van het Ottomaanse rijk, noemt het geen genocide en spreekt van 200.000 tot 500.000 slachtoffers.

Zeker is dat honderdduizenden Armeniërs om het leven kwamen door geweld, honger en deportaties naar de woestijn.

Ook in Istanbul is er een herdenking. In ons land zijn vrijdag herdenkingsbijeenkomsten geweest bij de Armeense monumenten in Assen en in Almelo.