Een slachtpartij zonder bloed? Dat kan: als u een huwelijk heeft als deze George & Martha die elkaar aan repen snijden met ruzies en illusies.

Alfred Hitchcock zei het al: "Televisie brengt de moorden weer waar ze thuis horen… in de huiskamer." Het huwelijk (of het gezin) is een strijdtoneel als er bij mensen die gedwongen hun hele leven met elkaar moeten doorbrengen, een paar draadjes knappen.

Bij George en Martha zijn de draadjes nog heel, maar dat is puur omdat ze elkaar de lol niet gunnen om als eerste het bijltje erbij neer te gooien. Deze twee mensen snijden stukken uit de lucht met hun woorden met de bedoeling elkaar zo diep mogelijk te treffen.

Maar niet getreurd: schrijver Edward Albee, op wiens toneelstuk deze film is gebaseerd, heeft zijn twee bijtende protagonisten ook plenty humor gegeven.

Survival

"Kijk, dit is nou Gastje Jennen," zegt George als hij de jonge echtgenote Honey van zijn bezoeker Nick in tranen naar het toilet heeft weten te treiteren. Maar hij zegt het zonder genoegen.

Honey is geen match; zijn eega Martha is veel beter opgewassen tegen zijn verbale geweld, want het echtpaar kruist voortdurend de degens om elkaar met woorden af te troeven. Soms vang je zelfs een glimp op van de momenten van plezier die ze eraan beleven: ruziemaken is hun eigen manier van survival.

Wat ook helpt is om ondertussen de ene fles drank na de andere open te trekken, en zo reageren de twee over de ruggen van die arme Nick en Honey hun emotionele pijn en teleurstelling op elkaar af, met antarctische dialogen die rukken aan je zintuigen.

Status

George is teleurgesteld omdat hij het qua carrière nooit ver heeft weten te brengen. En omdat in die tijd de status van de vrouw nog gedefinieerd werd door de positie van de echtgenoot, geldt zijn falen ook Martha.

Wat zij ook nooit hebben weten te krijgen, is een kind. Niet opgewassen tegen die tegenslagen zoeken ze hun heil in ruzies en illusies. Als Martha via Honey voor het eerst iets over een zoon laat vallen, maakt de camera de eerste close-up van George en blijft het lang stil.

Die boodschap komt op film nog veel sterker over dan op toneel, en de 'zoon' wordt regelmatig opgevoerd als onderwerp van hun vernietigende woordspelletjes.

Taylor & Burton

Dit is de SE van de onverwoestbare film uit 1966 met de titanenstrijd tussen Richard Burton en Elizabeth Taylor, die in die tijd in real life een aantal keer trouwden en scheidden. Betere publiciteit kun je als filmstudio niet hebben.

Maar ook zonder die headlines van het beroemde kibbelkoppel was Who's Afraid of Virginia Woolf een dijk van een hit geworden. Dankzij Mike Nichols, de 34-jarige regisseur die zijn filmdebuut markeerde met deze schitterende zwart-wit satire.

Dankzij de ijzeren rollen van Burton én Taylor, en dankzij het script van Ernest Lehman, die zelfs van de oorspronkelijke schrijver, Albee, een pluim krijgt uitgereikt in de extra's - en in de regel zijn schrijvers nooit zo blij als er in hun werk wordt gehakt.

Extra's

Van La Liz wordt in een van de extra's op disk 2 gezegd dat ze eigenlijk beroemd was als persoonlijkheid én als beeldschone filmdiva, dus dat Lehman, die ook produceerde, nogal een risico met haar nam.

Dat is nou weer onzin, want Liz had jaren daarvoor al laten zien in The Giant en A Cat On A Hot Tin Roof dat ze veel meer was dan zomaar 'de mooiste actrice ter wereld'. Wat zij hier laat zien, is waarom je zo van actrices kunt houden omdat ze er geen been in zien hun looks te laten vallen.

Ze liet zich ouder schminken voor de rol van Martha, met donkere kringen onder de ogen, en kwam de nodige kilo's aan om te overtuigen als zuipschuit bij wie de jaren tellen. Later zou de Oscar keurig in haar daarvoor bestemde handjes belanden.

Burton had 'm ook moeten krijgen, maar de Academy was altijd dermate vlekkeloos acteerspel van hem gewend, dat hij ernaast greep.