Voor één keer is de term 'sporthelden' geen contradictie. Heroïek, oergevoelens en zwarte humor zorgen voor een prachtdocu.

De makers van Murderball hadden het niet beter kunnen treffen: toen ze hadden besloten om in de wereld van het quad-rugby te duiken, stuitten ze op een vijandschap die zelfs Shakespeare ze niet had kunnen aanreiken. Joe Soares, de voormalige ster van het Amerikaanse team, voelde zich door zijn bond belazerd en had de wijk genomen. Naar Canada nog wel, na de VS traditiegetrouw het sterkste land. Aangevuurd door wraakgevoelens had Soares zijn nieuwe jongens in een dramatische finale (tegen Amerika uiteraard) naar de wereldtitel geloodst. Op dat moment stapten de filmmakers Henry Alex Rubin en Dana Adam Shapiro in om vast te leggen hoe de twee teams zich gingen voorbereiden op de Paralympics van 2004.

Zelfstandig

Maar eerst even terug: quad-rugby is een door quadruplegen gespeelde sport waarbij ze, gezeten in sterk aangepaste rolstoelen, soms keihard tegen elkaar aan knallen in hun pogingen om de bal over de achterlijn van de tegenpartij te brengen. Een opwindend schouwspel, dat bovendien model staat voor de manier waarop deze zwaar gehandicapte mannen in het leven staan. Ze accepteren hun beperkingen, maar gaan er tegelijk van uit dat ze hun leven alleen zin kunnen geven door het ten volle te leven. En dus zitten ze niet zielig thuis; ze zijn volledig zelfstandig, ze hebben banen, ze gaan uit en slaan daarbij nog regelmatig dames aan de haak ook.

Aartsvijand

Het zijn dan ook wat je noemt krachtige personages. De gedeserteerde Amerikaanse ex-topper Soares, door polio tot de rolstoel veroordeeld, wordt gedreven door een woede en drive die je bij weinig "normale" sportmensen aantreft. Hij is op het onsympathieke af rechtlijnig en streng, ook voor zijn zoon Robert. Zijn tegenspeler in het Amerikaanse kamp is Mark Zupan, een vervaarlijk ogende maar charismatische en zeer geestige ex-voetballer die duidelijk ook het een en ander af te reageren en te bewijzen heeft, maar die een stuk beter in zijn vel lijkt te zitten dan zijn aartsvijand Soares.

Gespreid bedje?

Je bent geneigd te denken dat Shapiro en Green in een gespreid bedje zijn gestapt; dat het met zo'n dankbaar onderwerp een makkie is om een mooie documentaire te draaien. Maar daarmee zouden we de heren tekort doen. Wat Murderball zo fascinerend maakt is hun vermogen om allerlei aspecten van het onderwerp subtiel, maar o zo veelzeggend in beeld te brengen: de sterk verschillende achtergronden van de spelers, de uiteenlopende manieren waarop ze proberen te leven en te overleven, de talloze zaken die hun bestaan compliceren. Het resultaat is een film die de mannen niet hulpeloos maakt, maar toch een boel mededogen oproept bij de kijker. De extra's op de disc voegen daar maar weinig aan toe. De deleted scenes zijn nietszeggend, en een later opgenomen interview met een plotseling heel charmante Joe Soares doet onecht aan. Het is alsof de makers hem alsnog een kans wilde te geven om de slechte indruk die hij in de film maakt weg te nemen.