De verfilming van Jonathan Safran Foers debuutroman is tevens het regiedebuut van Liev Schreiber. De combi is magisch mooi.

Een hemelsblauw, krakkemikkig autootje sputtert door het landschap van de Oekraïne. Op het dak staat een bord met de tekst Heritage Tours, tussen 2 davidssterren. De passagiers van dit wonderlijke barrel zijn twee Russische gidsen - de jonge Alex en zijn grootvader - en de New-Yorkse jood Jonathan Safran Foer (auteur en hoofdrolspeler in één). Foer heeft de twee Russen ingehuurd om het dorpje Trachimbrod te vinden, waar tijdens WOII één familielid van de Foers aan de pogroms is ontkomen.

Delicate onderneming

Foer (gespeeld door een zwaar bebrilde Elijah Wood) heeft een vergeelde foto van de overlevende op zak, een van de spaarzame, tastbare herinneringen aan een (joods) verleden dat van de aardbodem weggevaagd had moeten worden. Het is een emotioneel delicate onderneming, en de twee ruwe Russen lijken in eerste instantie niet de meest gevoelige kompanen voor zo'n zoektocht. Het einddoel wordt echter een openbaring voor alle drie. Foers duik in het verleden was een bewuste keuze, waarbij hij voor de bejaarde Rus een verleden blootlegt die dat eigenlijk liever wilde vergeten.

Boek en film gescheiden

Everything is Illuminated is de verfilming van de (autobiografische) debuutroman van auteur Jonathan Safran Foer, die hiermee in 2001 in één klap zijn naam op de wereldkaart zette. En met zó'n klinkend literair voorland zal het werk van regisseur Liev Schreiber met microscopische precisie gefileerd worden. Maar Foer-fans kunnen opgelucht ademhalen, want Schreiber heeft er een prachtig filmisch antwoord op gevonden. Boek is boek, film is film, dat onderscheid heeft hij uitstekend begrepen. Zo durfde hij het aan om sommige romanpersonages te schrappen; een ingreep waarbij boekliefhebbers nogal eens de neiging hebben om die verdwenen karakters als gesneuvelde verzetshelden te beschouwen. Maar voor het filmverhaal klopt het precies wat Schreiber heeft gedaan.

Steenkolen-Engels

Over het dwaze Engels van Alex mogen ze eveneens dik tevreden zijn, net als over die humor - dat typisch joodse trekje om doffe ellende te bestrijden ("De joden hadden het in de Oekraïne zo bar slecht, dat de nazi-invasie een verbetering betekende," aldus Foer's oma). Het is de regisseur gelukt om een moeilijk te verfilmen boek naar de cinema te brengen, met een eigenwijsheid die ik liever inzicht noem. Die verzamelwoede van Foer bijvoorbeeld; om elk object, hoe klein ook, van zijn familie te bewaren en een prominente plek te geven. Schreiber laat nóg duidelijker zien hoe belangrijk die tastbare herinneringen zijn van een volk dat volgens het afschuwelijke plan geen spoor meer op aarde had mogen nalaten. Dat verklaart wellicht die drive van joden om zoveel met literatuur, muziek en kunst bezig te zijn, en zoveel Nobelprijzen te winnen. Niet uit manifestatiedrang, maar om opnieuw een plek op deze planeet te creëren. Schreiber, zelf van joodse afkomst, heeft er met deze film in elk geval weer een juweeltje aan toegevoegd.