Miniserie over het ontstaan van het wetboek met de 10 Geboden. Maar die bijbelse rampen zijn natuurlijk veel leuker om te zien

In 1956 presenteerde Cecil B. DeMille zijn vorstelijke verfilming van den bijbel. Wat kon Charlton Heston als Moses schitterend profetisch met zijn stok zwaaien, de gebronsde armen dramatisch ten hemel geheven. Wat klonk Gods stem donderend uit die brandende braamstruik, en wat verpletterend knap werd die Rode Zee gespleten. U weet wel, mits smeuïg geschreven laat het OT zich lezen als een waanzinnig avonturenboek dat eindeloos Hollywood kan inspireren tot imposante epossen.

Holy Moses!

Veel nieuws heeft deze miniserie daar helaas niet aan toe te voegen. Sterker nog, in 1956 wist DeMille met minder middelen veel meer majestueuze scènes op het witte doek te toveren. Die roemruchte plagen van Egypte zijn in deze versie van ABC eigenlijk peanuts, ondanks de huidige geavanceerde digitale trucjes in de filmstudio's. Daar creëren ze levensechte dinosaurussen en buitenaardse wezens die je de stuipen op het lijf jagen. Dat regisseur Robert Dornhelm deze kansen laat schieten, is hem dus eigenlijk wel kwalijk te nemen. Die plagen zijn voorbij voor je "Holy Moses!" hebt geroepen, en eigenlijk lijkt die exodus uit Egypte stukken minder groots dan wanneer Pinkpop is afgelopen.

Zeuren in de woestijn

Wat Dornhelm vooral aan nieuws te bieden heeft, is het hoe en waarom die 10 Geboden tot stand zijn gekomen. Nadat Mozes zijn volk vanuit de slavernij naar de vrijheid in een schroeiend hete zandbak heeft geleid, wordt er vooral veel aan zijn kop gezeurd. "We willen eten!" "We willen een afgod!" "Waar moeten we heen!", dat soort teksten. Een gemiddelde reisgids op een spotgoedkope chartervlucht (waar men altijd om het hardst loopt te mokken) heeft het nog makkelijker. Maar goed, om ervoor te zorgen dat men niet meer zomaar mensen doodt, de buurvrouw versiert of elkaars lamsboutjes kaapt, zijn er regeltjes nodig. Voilá, zo kwam Mozes met de 10 Geboden uit de bergen terug, aldus Dornhelm.

Saaie pier

De 1956-versie werd gedragen door de brede schouders van een overtuigende Heston én die special effects. Dougray Scott als deze nieuwe Mozes is een oersaaie kerel die nergens indruk weet te maken. Je zou 'm nog niet naar de hoek van de straat volgen, laat staan zonder plan de woestijn in voor een periode van veertig jaar. Vandaar dat zijn volk zo loopt te mekkeren? Ik ben even kwijt hoe het ook al weer precies werd beschreven in het oorspronkelijke scenario, maar Mozes laat toch echt het ene na het andere overrompelende mirakel gebeuren en deze mensen blijven maar tegenstribbelen en van hun geloof afvallen. Ik bedoel: iedereen - behalve David Copperfield - die voor mijn ogen het IJsselmeer in tweeën weet te splijten, zou ik niet snel meer durven tegenspreken. Zoiets gebeurde in DeMilles prent ook wel, maar toch verliep het daarin allemaal een stuk geloofwaardiger.