Volgens ooggetuigen was Proof op Broadway en in de Londense West End een onvergetelijke ervaring. Maar theater en film zijn sterk verschillende media, en David Auburns stuk over briljante wiskundigen weet in de bios amper indruk te maken.

Het gaat in de allereerste scène al mis. De labiel ogende Catherine heeft een gesprek met Robert, haar vader (Anthony Hopkins). We zien dat ze hecht zijn met mekaar, dat ze gewend zijn om elkaar door lastige periodes heen te slepen. En die hebben ze zo te zien allebei gehad. We krijgen te horen dat Robert al jaren tobt met psychoses, die het hem vrijwel onmogelijk werd gemaakt om zijn werk als theoretisch wiskundige op niveau te blijven doen. Catherine's is bang dat ook zij psychische problemen zal krijgen. Ze heeft Roberts aanleg voor abstracte wiskunde immers ook al geërfd.

Waarheidsgetrouwheid

De scène neemt een verrassende wending als blijkt dat Robert al enige tijd dood is. Catherine heeft beide kanten van de conversatie voor haar rekening genomen. Werkte die scène in het theater? Ik vermoed van wel. Maar in de bios is zo'n scène erg problematisch. Theater en bios onderhouden nu eenmaal verschillende relaties met het publiek als het gaat om het vasthouden aan een bepaalde mate van waarheidsgetrouwheid. Wat je de personages op de bühne makkelijk vergeeft, is bij mensen op het witte doek al snel onwaarschijnlijk en moeilijk weg te slikken. Het zal iets met afstand en directheid te maken hebben. In elk geval: na die eerste scène was ik het vertrouwen in Proof kwijt. De gestileerde ellende van de karakters deed nep aan.

Theorie

En dat werd nooit meer beter, vooral omdat het centrale conflict in de film ook erg geforceerd is. Uit een la in het bureau van de dode Robert komt een stapel papieren tevoorschijn. Die bevatten een baanbrekend stukje nieuwe wiskundige theorie. Een groot deel van het drama draait om de vraag of Catherine dat bedacht heeft of -in een zeldzaam lucide moment in zijn laatste jaren- Robert. Wablief? Hebben vader en dochter identieke handschriften dan? Inderdaad, zegt het script, zo is het: identieke handschriften. Zei daar iemand geforceerd?

Futloos

Nooit weet Proof echt film te worden. Een minimum aan lokaties en een economisch aantal personages (het zijn er welgeteld vier) geven aan dat we hier met verfilmd toneel van doen hebben. Om preciezer te zijn: met overbodig verfilmd toneel. Jawel, er wordt nauwgezet geacteerd. Maar het is en blijft dor, bestudeerd, futloos. Op de planken zal het best gespetterd hebben, maar daar schieten we in de bios of op dvd niets mee op.