Biopic van de getroebleerde kunstenaar Amedeo Modigliani, die met Picasso dong naar het predikaat "Grootste Kunstenaar van de 20ste Eeuw"

Wie de film Modigliani bekijkt, vraagt zich af hoe het mogelijk is dat dit brallende, zuipende, vloekende, schuinsmarcherende, spuitende, kettingrokende zootje ongeregeld ooit één lik verf fatsoenlijk op canvas heeft gekregen. Maar toch is het zo. Modigliani en zijn kornuiten Kisling, Utrillo, Rivera, Soutine etc hadden in de ene hand een schilderspalet en in de andere een fles wijn; en wat ze creëerden was onvoorstelbaar mooi.

Avantgarde

De film begint in Parijs anno 1919, net na WOI. Modigliani woont er al een tijdje, tussen de avantgardisten met wie hij aanvankelijk niet veel op heeft. Degene die hem écht boeit, maar dan in rivaliserende zin, is Pablo Picasso; de enige van de Montmartre-scene die succes heeft omdat hij zijn talenten ook commercieel weet uit te buiten. Dit maakt hem tot mikpunt van spotlust van de overige schilderende bohémiens, maar stiekem benijden ze de grote schilder om zijn status. En om zijn geld.

Pathos

Andy Garcia speelt Modigliani met een pathos van jewelste. Hij heft vaker zijn armen dan Charlton Heston in zijn hele carrière (en die heeft nogal wat bijbelse prenten op zijn naam staan) en kan daarbij zijn Brooklyn-accent nauwelijks verbergen. Het degradatieproces van de schilder gaat hem beter af. Want Modigliani leed aan longziektes, en zijn geslemp en gelurk aan de opiumpijp staan voor zo'n aandoening niet bepaald hoog aangeschreven als beste remedies.

Schilderstijl

Modigliani's Muze was Jeanne: de vrouw die hij zo veelvuldig zou schilderen in de hem typerende stijl: langgerekte hals en nauwelijks schouders. Of misschien zag hij in alles een fles, dat kan ook. Zeker zoals regisseur/scenarist Mick Davis de man heeft geportretteerd. En meer nog dan Jeanne wist Picasso - in deze versie althans - Modigliani's lontje in de hens te zetten. Dat Picasso geen snoesje was is bekend; maar als hij Modigliani in het echt net zo op zijn huid had gezeten als in deze film, had hij nauwelijks tijd gehad om te schilderen.

ModiGGGliani

Davis heeft duidelijk niet het artistieke talent van zijn filmhelden. Sommige scènes zijn echt potsierlijk banaal; met in absinth en hoerige vrouwen gedrenkte tableaux van bohémiens in Parijs die regelrecht vanuit de bekrompen visie van een redneck zijn ontsproten. Ja-ha, die Parijse kunstenaars dronken wat af; dat weten we nou wel. Davis had zich beter kunnen toespitsen op een adequater portret van zijn protagonist, die bij leven uiteindelijk wel iets meer succes boekte dan hier wordt voorgesteld. Maar het is natuurlijk romantischer om een Groot Artiest alleen voor Kunst en zonder cent te laten sterven. Alleen... dat was Vincent van Gogh, Davis. Oeps. En zo zitten er wel meer slordigheden in deze biopic. Een dansje van Jeanne en Modigliani op een nummer van Edith Piaf dat een paar decennia later pas geschreven zou worden. Maar het lulligst is hoe Modigliani consequent wordt aangesproken als ModiGliani, alsof zijn beste vrienden niet eens weten dat je die G niet uitspreekt.