Off Screen

In 2002 hield een verwarde man het personeel van de Rembrandttoren in gijzeling. Zijn absurde motief inspireerde scenarist Hugo Heinen tot een prachtig psychologische thriller.

Het was nog niet zo lang na 9/11, dus toen de met springstoffen gewapende John R zijn gijzelingsactie uitvoerde in het in de toren gevestigde kantoorgebouw, keek Nederland ademloos toe. Totdat de gijzelnemer zijn motieven uiteenzette: er zou iets sinisters aan de hand zijn met de breedbeeld-televisies van Philips. Was dát al een wonderlijke reden om mensen voor te gijzelen, toen bleek dat hij de verkeerde toren te pakken had (Philips was inmiddels verhuisd naar de Breitnertoren ernaast) kreeg het geheel iets lachwekkends. Totdat de arme drommel zich aan het eind van een dag vol traumahelikopters en persmuskieten doodschoot op het toilet.

Tragische figuur

Heinen heeft deze man body en een geschiedenis gegeven, in de persoon van John Voerman waarvoor de Vlaamse acteur Jan Decleir tekende. Een machtige speler, die Decleir. Die hoeft maar te kijken of hij roept al een storm van onderhuidse emoties op. En deze Voerman heeft er nogal wat. Zijn vrouw is bang van hem, zijn dochter wil hem niet meer zien, op zijn werk wordt hij nét getolereerd, op zijn verjaardag komt geen kip opdagen, en zijn baantje als buschauffeur staat ook al op de tocht. Het prototype een tragische man: iemand die zich overbodig weet, en nergens waardering oogst.

Geheime codes

Voerman maakt zich belangrijk door eindeloos consumentenartikelen door te vlooien, en de fabrikanten te wijzen op allerlei productiefoutjes. Zijn belangrijkste doel is de breedbeeld-tv van Philips, waar volgens hem geheime codes in verstopt zitten die de kijkers op een of andere manier beïnvloeden. Op een dag treft hij Gerard Wesselinck aan in zijn bus: de directeur van Philips Nederland, met wie hij een soort van vriendschapsband ontwikkelt. Of speelt zich dit allemaal af in de fantasie van de doorgedraaide Voerman?

Glibberig charisma

Het einde van de film, de gijzeling in het gebouw en de dramatische afloop, is geen verrassing. Maar dat deert de spanning in deze film geen seconde. Jeroen Krabbé is voortreffelijk als Wesselinck; een gladde zakenman met net dat glibberige charisma waardoor hij Voerman in zijn greep weet te krijgen. De vele scènes tussen deze twee veteranen dragen de film, met die zelfverzekerde Krabbé tegenover de alsmaar krimpende Decleir, die een steeds ongemakkelijker lachje krijgt om zichzelf een houding te geven. Of Voerman's achtergrond lijkt op die van de echte gijzelnemer is de vraag: maar de zaak heeft Heinen in elk geval geïnspireerd tot een film die zowel op dramatisch als thrillerniveau beslist geslaagd is.

Tip de redactie