Big budget actiefilm van Jerry 'Bombarie' Bruckheimer, met duizend bommen en granaten en een prettig ouderwets verhaal over schatzoeken

National Treasure is een ratjetoe van over-the-top actie, humor en romantiek. Nicolas Cage speelt Ben Gates, lid van een Vrijmetselaars-loge die zich de Knights of the Templar noemen. Zij zijn er rotsvast van overtuigd dat de Founding Fathers (ook overwegend vrijmetselaars) een giga-schat hadden verstopt tijdens de Revolutionary War.

De sleutels tot deze schat zitten op een schip dat is gezonken op Antarctica, op een $100 biljet, en - daar komt ie - op de achterkant van de Declaration of Independence. Een document dat nog strenger wordt bewaakt dan de rimpels van Joan Collins.

Mix Indie & Da Vinci

Let the fun begin. Regisseur Jon Turtletaub mixt de ouderwetse Indiana Jones-actie met de mystieke tintjes van die oh zo populaire Da Vinci Code, en kwast er een dikke laag glamour-glazuur op. De personages zijn onderhevig aan het verhaal en actie dus van bordkarton. Cage is zijn eeuwige zelf, de bad guy Sean Bean zien we zijn bad guy-trucje uit zoveel andere films herhalen, het meisje is knap en slank en blond en jong, en de sidekick (van Cage) is een geniale dork met klunzige grapjes.

Extra leuk

Toch werkt National Treasure, omdat de film technisch tiptop in elkaar zit, en vrij is van elke pretentie. De oplossingen voor mysteries en raadselen die al eeuwenlang met de schat gemoeid zijn, komen weliswaar erg gemakkelijk tevoorschijn - maar niet nadat er weer een peperdure set de lucht in is gevlogen of een bataljon stuntmannen hun brood hebben verdiend.

En wie de smaak van het schatzoeken te pakken heeft, kan op de uitstekend geproduceerde extra's zelf ook met aanwijzingen en hints aan de slag om een schat te vinden. Het is een leuk spelletje; leuker dan de reguliere interviews met sterren die zoals gebruikelijk zeggen wat een geweldige ervaring het was om deze film te doen. Maar gezien alle zichtbare lol in de film zullen ze best wel gelijk hebben.