Het werd het best bezochte toneelstuk sinds 1945, en de verfilming was net zo briljant: 4 mannen, bevriend sinds hun studententijd, zitten in een midlife-crisis.

De mannen in kwestie zijn Maarten (Jaap Spijkers), Tom (Peter Blok), Pieter (Pierre Bokma) en Joep (Gijs Scholten van Asschat). Alle vier staan op een punt waar ze hun leven door hun vingers zien glippen. Pieter heeft als gemeenteambtenaar gefoezeld met de aankoop van moderne kunst, en hem hangen represailles boven het hoofd. Succesadvocaat Tom heeft zijn cokegebruik niet meer in de hand, Joep's huwelijk is in zwaar weer en krijgt niet de politieke functie die hij ambieert, en toneelregisseur Maarten scharrelt met jonge meissies.

Jofele studenten

Met hun jofele studentengroet 'Cloaca!' die allengs minder jofel klinkt, zoeken de vier mannen elkaar op. Voor steun? Zo lijkt het aanvankelijk wel. Maar hun situaties zijn dermate gecompliceerd, dat het teruggrijpen op oude vriendschappen allang niet toereikend meer is. Wat ze hebben verklooid, zullen ze zelf op moeten zien te lossen.

Het is tragisch en hilarisch tegelijkertijd, de onderonsjes, de bekentenissen en ook de krampachtige ontkenningen: want wie zou er geen moeite mee hebben om al zover in zijn leven onder ogen te moeten zien dat er domweg missers zijn gemaakt? En bovenal: op een leeftijd te komen waarop duidelijk wordt dat het leven niet zo maakbaar is als je vroeger dacht.

De nieuwe gulden middenweg

Scenarioschrijfster Maria Goos schept er enerzijds vilein genoegen in om haar personages te laten worstelen en met ironie voor schut te zetten. Anderzijds weet ze het subtiele evenwicht tussen drama en satire uitmuntend te bewaren. Cloaca had nooit dit succes gehad als het stuk was opgetekend door alweer een gefrustreerde feministe die een appeltje te schillen had met 'de man'. Mensen afzeiken werkt niet, ze te kijk zetten met de juiste dosis ironie weer wel.

En het vernieuwende aan Cloaca is dat Goos vrij ongerept terrein betrad met haar stuk. Het werd het prototype van een gezonde, contemporaine insteek, na het woelige tijdperk van vrouwenonderdrukking dat werd gevolgd door mannenhaat. Extremen roepen extremen op, en als de lucht daarna is geklaard kunnen we weer verder rondhobbelen in de polder.