Last van de buren omdat ze hun vuilniszakken niet op tijd op de stoep zetten? Het kan veel erger. Neem Samuel L. Jackson in deze rol van buurman from hell waarin pulp fiction in geen velden of wegen is te bekennen.

Als kersverse eigenaren van een aangenaam huis in een buitenwijk van Los Angeles, zijn de pasgetrouwde Chris en Lisa zo opgetogen dat het wel mis móét gaan. De kijker had namelijk inmiddels al kennisgemaakt met hun buurman Abel Turner (Samuel L. Jackson), een agent bij de L.A.P.D. die merkwaardige trekjes vertoont. Hij is alleenstaande vader en anachronistisch streng tegen zijn drie kinderen. En de manier waarop hij zijn vak uitoefent duwt ook tegen de randen van de ethiek.

Interraciaal


Abel zou van het slag kunnen zijn dat denkt dat crack is bedacht om de zwarte Amerikaanse buitenwijken te legen, en het aidsvirus om zwart Afrika uit te roeien. Zo’n man. Niet fijn als buurman. En daar Lisa zwart is en Chris (Rick Wilson) niet, krijgt Abel een stuip van die interraciale connectie in het huis naast hem.

Fratsen


Zijn aanvankelijke plaagstootjes krijgen als snel het karakter van pesterijtjes. En voor Chris & Lisa zich goed en wel hebben kunnen nestelen, wordt hun woongenot vergald door de mallotige fratsen van een diabolische buurman die van gekkigheid niet meer weet hoe hij zijn buren moet wegtreiteren.

Maniak


Want mallotig is het wel, al heeft regisseur Neil LaBuke zijn best gedaan om het verhaal geloofwaardig te houden. Daarin is hij slechts ten dele geslaagd, want met dergelijke extremiteiten in een script is het lastig kersen eten. De psychologische dreiging, die aanvankelijk nog erg strak wordt neergezet door Jackson, verandert allengs in een maniakaal rariteitenkabinet met caprices die je als kijker meermalen een ‘Ja, kom op zeg!’ ontlokt.

Het kookpunt wordt versneld door de oprukkende branden in en om Los Angeles. Maar de verlossende vlammen kunnen niet verhinderen dat de thriller matigt eindigt met een rommelig man-tegen-man-gevecht.