Oliver Stone, Hollywoods politiekste regisseur, sprak met de schrik van Amerika in het Kennedy-tijdperk: Fidel Castro.

De man met de baard. De man met de sigaar. De man in het groene legerpak. Het zijn de uiterlijke parafernalia die onlosmakelijk zijn verbonden met de beruchtste oproerkraaier in het Caribisch gebied - Fidel Castro, de man die Cuba al sinds mensenheugenis regeert en is uitgegroeid tot een van de meest legendarische presidenten die nu in het staartstuk van zijn carrière zit.

Imago

Maar naast die baard, sigaar en legerpak - wie is Castro eigenlijk? Oliver Stone heeft al filmend een tijd doorgebracht op Cuba en meer dan 30 uur aan interviews en gesprekken opgenomen. Uit al dit materiaal distilleerde hij een ruim anderhalf durend portret van de Cubaanse comandante waarmee hij de mens achter het imago heeft trachten te vangen.

Onderonsje

Een vlijmscherp portret is het niet geworden. Misschien dat Oliver Stone week is geworden door zoveel ritjes op de achterbank van Castro's limousine; een sfeer waar het gevaar van de onderonsjes op de loer ligt. Of omdat hij in hem een medestander vindt dat JFK nooit door één man doodgeschoten zou kunnen zijn.

Ambigu

Want Stone geeft zijn onderwerp weinig tegengas als er wordt gesproken over martelingen, en executiebrigades leiden ook niet tot een heftig gesprek. Het levert een tamelijk ambigu resultaat op.

Stone wilde vooral de mens achter Castro portretteren, en die persoon komt dan ook hier en daar wel om de hoek piepen. Maar op filmgebied weten we al sinds Der Untergang dat puppemasters in een dictatuur voor de buitenwacht heel gewone of ongrijpbare mensen kunnen zijn. Wie dieper op de menselijke psyche en macht en geweld wil ingaan, kan beter Jonathan Littel's De Welwillenden lezen.