Al te virtuoze thriller met Philip Seymour Hoffman en Ethan Hawke als twee spreekwoordelijke kikkers in de pan kokend water.

Zelfs een halve gare snapt nog dat wanneer de hoofdrolspeler een overval omschrijft als een makkie, dat er verschrikkelijke missers op stapel staan.

En daarin stelt BTDKYD niet teleur. Sterker nog: als er ooit een overval in de filmindustrie gruwelijke gevolgen had, dan is het deze wel.

Penarie

En het leek, zoals Hoffman aankondigde, een kat in het bakkie. Een juwelier in een slaapstadje, een oud vrouwtje achter de toonbank, skimasker op, snel de goodies in een tas stoppen, en klaar.

In plaats daarvan regent het lijken en steken de organisatoren van de roof zich steeds dieper in de penarie.

Fargo

Klinkt dat bekend? Welzeker, want we horen het scenario van Fargo tussen de regels doorsijpelen.

Daar lijkt BTDYD dan ook op, maar dan zonder de trefzekere zwarte humor van de gebroeders Coen die hen wereldfaam bezorgde, inclusief William H. Macey als de aandoenlijkste loser van het genre.

Graploos

In deze thriller vallen echter weinig grappen te bouwen, gezien het slachtoffer van deze amateuristisch uitgevoerde overval. Geen spoiler.

Daarmee bracht scenarioschrijver Kelly Masterson zichzelf in een benarde positie, en moest zich geheel verlaten op het creëren van een psychologische spanning.

Brille

Daar weten zowel Hoffman als Hawke goed raad mee, en dat maakt deze thriller redelijk te behappen. Hoffman moet zonder al te veel hulpmiddelen in anderhalf uur aftakelen van zakenman-in-problemen naar rücksichtlose killer, maar dat zou die man nog overtuigend weten te brengen met bosjes peterselie in zijn oren en een onverwacht Bollywood-dansje tussendoor.

Hawke met een permanent filmpje van angstzweet op zijn voorhoofd en paniekerig opgetrokken wenkbrauwen is wat minder sterk, al zijn de confrontaties tussen beide broers heftig van de testosteron. BTDKYD laveert daardoor tussen Fargo en de films van David Mamet, maar het uitblijven van de brille van zowel Coen als Mamet laat zich aanzien.