Western over de moord op de beruchte schurk en revolverheld Jesse James, op 3 april 1882.

Jesse en Frank James zijn van het slag bandieten die als helden worden vereerd door jonge jongens. Galopperen over uitgestrekte prairies en een spannend leven waarin niemand je in de weg staat. De gebroeders James werden in hun tijd zelf door heel Amerika vereerd. Want Amerikanen zijn tuk op hun bandieten, en al helemaal als een bandiet zo gung ho is om zich tegen het grootkapitaal te richten en burgers ongemoeid te laten, zoals de James-broers.

Parasietje

In deze western, met Brad Pitt in de rol van Jesse James, ligt de focus op de relatie tussen Jesse en de man die hem uiteindelijk zou neerschieten, Robert Ford. De volledige titel luidt The Assassination of Jesse James by the coward Robert Ford. Dat is nogal een mondvol, maar het vat de inhoud wel heel goed samen. Robert Ford was een jong schurkje dat een tomeloze bewondering koesterde voor Jesse James. Robert was zelf niet gezegend met Jesse’s stalen zenuwen of overmoed, maar voegde zich als een parasitair bandietje in de dop bij de James-gang om iets van hun glorie op hem af te laten stralen.

Wantrouwen

Hieruit ontstaat een soort van verbond tussen Jesse en Robert, alsof de revolverheld zich laaft aan de bewonderende ogen van de knaap die de bewondering van het Amerikaanse volk vertegenwoordigde. Anderzijds blijft hij wantrouwend, omdat een schurk anno 19de eeuw maar beter wantrouwend kan zijn tegen iedereen, en daarnaast zegt Jesse tegen hem: ‘I don’t know if you want tob e like me, or you want to be me.’ Ofwel: dan zou er op deze wereld geen plek zijn voor hen allebei.

Dode hoek

Daar de afloop van deze relatie door de titel geen verrassing is, wordt het voornamelijk een psychologisch drama met cowboyhoeden. Houdt Jesse deze Robert zo dicht bij zich om hem beter in de gaten te kunnen houden, of is hij aan het aftasten of deze jongen misschien de juiste persoon is om hem van deze wereld af te knallen? Want Jesse lijkt zichzelf in een dode hoek te hebben gedreven. Hij mag dan ongrijpbaar zijn voor de arm der wet: de dreiging blijft. En zijn het niet de wetsdienaren die hem op de huid zitten, dan vormen zijn bendeleden een gevaar omdat er een fikse prijs op zijn hoofd is gezet. Je hoeft niet eens paranoïde te zijn aangelegd om het in deze situatie benauwd te krijgen, nog afgezien van het feit dat je er slecht van slaapt en ook dat wreekt zich.

Desolate vlaktes

Het is een interessante insteek voor een film over een revolverheld, van regisseur Andrew Dominik, die doet denken aan de westerns uit de jaren 70 zoals Days of Heaven en McCabe & Mrs. Miller. Hij versterkt dat met veel beelden van de desolate vlaktes waar de huizen eenzaam en geïsoleerd staan, maar waar elk moment vanaf de horizon je moordenaar kan opdoemen – hetgeen dus ook veelvuldig gebeurt.

Acteursdrama

En bij zo’n opzet als van The Assassination, met relatief weinig actie, ligt de grootste taak bij de acteurs, met Pitt en Casey Affleck als roergangers. En vooral Affleck laat zien hoeveel meer talent hij in zijn mars heeft dan zijn grotere (en saaie) broer Ben. De hele film door houdt Casey Affleck doeltreffend die zenuwtrek om zijn mond, lacht als er niets te lachen valt om zich een houding te geven, en hij vertolkt daarnaast een man die laf is en die toch een revolverheld afknalt: dat hij daarbij de sympathie van de kijker niet verliest, is een knap staaltje werk dat hem dus ook een terechte Oscar-nominatie opleverde.

Kaboem

De shoot-out is dan niet zoals die uit de klassieke western, met een tumultueus kogelvuur in de O.K. Corral, maar bijna achteloos, met één kogel, afgevuurd met bevende hand. Maar de schutter was dan ook een coward. Een feit dat hij uiteindelijk met tegenzin moest accepteren, want zelfs met zijn heroïsche daad, het neerschieten van een ongrijpbare, levensgevaarlijke kerel, oogstte hij geen bewondering.