Alleman van Bert Haanstra (1963) won gisteren de prijs voor beste Nederlandse documentaire sinds 1945. Het is een mozaïekportret van een volkje en haar gewoontes.

Je moet wel van steen zijn wil je niet ontroerd raken door Haanstra's portret van Nederland anno 1963. Met medewerking van Anton Koolhaas en voorzien van soms ironische, soms waarderende voice-overs van Simon Carmiggelt. Veel beelden zijn opgenomen met de verborgen camera, zodat de Nederlander naturel werd gefilmd zoals hij is: nuchter, kalm, verdraagzaam, gemoedelijk. Anno 1963.

Overzichtelijk

De openingsbeelden vatten meteen Nederland samen, tezamen met Carmiggelts commentaar. Een dichtbevolkt landje, indertijd met 12 miljoen mensen hetgeen 12 miljoen individualisten inhield; die eens in de vier jaar hun politieke opwinding kenbaar mochten maken maar dat dan niet deden. Het landschap is overzichtelijk en aangeharkt, omdat 12 miljoen mensen op zo'n krap stukje land, dat 'meer water en wolken had dan grond', zoals de voice-over poëtisch aanvult, overzichtelijk ingedeeld moest worden, anders werd het een chaos. En Nederlanders houden niet van chaos.

Collages

Prachtig gemonteerde, korte beelden reflecteren in karakteristieke collages de Hollandse volksaard en leven van Jan en Alleman. Het leven van schippers op de rijnaken, de boeren en handelaren op de veemarkt, balkonnetjes waar honderden matjes worden uitgeklopt, het zondagvermaak van al die Hollanders die allang geen boodschap meer hadden aan de kerk. De zonnige dagen op het strand (schepjes, spelen met schelpen, strandballen van Nivea), de sportwedstrijden, de fietsers, en de virtuoze Hollander op de schaats. Kinderen leren met veel vallen en opstaan en nog meer doorzetten op botjes te schaatsen tot ze net zo goed zijn als pa en oom en grote broer.

Ironie

Haanstra vangt de emoties van de doorsnee Hollander net zo makkelijk als een walvis het plankton. Er staat een meisje in de winkel haar bruidsjurk te passen, aanstaande bruidegom staat erbij. Zijn verveelde uitdrukking krijgt van Carmiggelt verrukkelijk ironisch commentaar met: 'Zij laat speciaal haar jurk maken voor die bijzonderste dag van haar leven, en..' - als we die aanstaande bruidegom in beeld krijgen - '…hij huurt wel wat'. Meesterlijk.

Maar de beelden zonder voice-over zijn net zo veelzeggend. De verwondering bij de exposities van moderne kunst, schakende mannetjes in het park, snikkende moeders die hun kinderen gedag zeggen als ze gaan emigreren, en (mijn favoriet) moeders die kinderen naar hun eerste schooldag brengen. Dat doen ze op de fiets, kind achterop, en de kleine hummels zoeken aarzelend hun plekje in het klaslokaal. Eentje huilt, mama komt nog even troosten. 'Straks ben je weer thuis'.

Toverwoord

Thuis. Het toverwoord voor de Hollanders. Ieder achter zijn eigen voordeur, en verdraagzaamheid is het sleutelwoord omdat we immers zo dicht op elkaar zitten gestapeld. 12 miljoen individualisten hadden elk hun eigen plekje op dat hele kleine land, waarvan Carmiggelt zegt 'waar gaat dat naartoe'. Hij moest eens weten. Net als Haanstra, die een tijdsdocument heeft achtergelaten die vergeleken met nu een legendarisch melancholieke status heeft. Daar stappen Hollanders over het ijs om her en der vogeltjes te redden en gebroken pootjes te laten spalken. Haanstra heeft in 1963 de Hollanders gewoon gefilmd zoals ze waren, en het is onze schuld niet dat het - met verborgen camera - een portret is geworden van vriendelijke, zachtaardige, sobere mensen. Lief Nederland.