Sympathiek drama met twee einddertigers en hun nieuwe amourette - gaat het wat worden, of bloedt het dood?

Jake Singer is al bijna veertig en geeft Engelse literatuur op een dure privé-school met bevoorrechte edoch aardige kinderen. Jake loopt bij een psychiater, die een wonderlijk mengsel is van hardheid met profane trekjes en zich de laatste Freudiaan noemt.

Jake zit niet bij hem op de sofa uit egocentrische motieven, in die zin dat hij niet zozeer eropuit is om 'gelukkiger' te worden. Hij vindt zichzelf niet compleet als mens, en wijt zijn pijnlijke breuk met zijn laatste liefde Julia geheel aan zichzelf.

Paranoia?

De sessies met deze psychiater (Ian Holm met een merkwaardig Argentijns accent) neigen soms naar zwarte komedie. Als Jake later meer dan bevriend raakt met de moeder van een van de scholieren, Allegra Marshall (Famke Janssen), duikt de psychiater op zulke rare momenten op dat hij niet anders dan ontsproten kan zijn aan het brein van Jake.

Allegra en Jake zijn behoedzaam, in het begin. Begrijpelijk, want zij heeft nog geen jaar geleden haar echtgenoot verloren bij een fataal ongeluk, en Jake is onzeker over zichzelf als persoon. Door een misverstand met één van Allegra's geadopteerde kinderen krijgt hun relatie de nieuwe dimensie die de romantische komedie typeert: het gaat even mis, en komt het daarna nog goed?

Grillige mens

Toch is The Treatment niet echt een romantische komedie. Daarvoor is de toon te warm, en zijn de dialogen te clever. Bovendien staat bij een romkom al ver van tevoren vast dat de twee leading actors geheid hand in hand de zonsondergang tegemoet zullen lopen, en bij Jake en Allegra is dat zo zeker nog niet.

Het is verrassend om te zien dat het met dit stel alle kanten op kan, omdat zij zo menselijk zijn gekarakteriseerd - en niets zo grillig als de mens. Zeker in zo'n snelle stad als New York, waar deze twee volwassenen al een heel stuk van hun leven erop hebben zitten, en een modus moeten zoeken om die levens op elkaar af te stemmen.