Merkwaardig oudje uit 1957 met Katherine Hepburn als overgelopen Russische piloot.

Het zal voor die tijd vast een vooruitstrevend onderwerp zijn geweest, maar het thema emancipatie is nog nooit zo merkwaardig vormgegeven als in The Iron Petticoat.

Hepburn speelt de Russische pilote Vinka Kovelenko, die op een goede dag in het westen landt met haar luchtkistje omdat zij door het Russische leger was gepasseerd voor promotie. Zij is de allerbeste piloot, kwekt ze keer op keer, maar ze werd geen majoor omdat zij vrouw is.

Mannetje vrouwtje

Haar verhaal wordt niet geloofd door de Amerikaanse autoriteiten. Ze verzinnen een 'meesterzet' door majoor Charles Lockwood (Bob Hope) op de Russin af te sturen, in de hoop dat zij onder zijn mannelijk charmeoffensief ontdooit en de waarheid vertelt omtrent haar komst naar het westen.

Ach ja. Het emancipatiethema wordt door dat mannetje/vrouwtje-spel weer net zo hard onderuit gehaald, maar we schrijven 1957 dus de vrouwenstrijd was nog niet zover geëvolueerd. En daarnaast proberen Charles en Vinka allebei elkaar te overtuigen van de brille van hun systeem: het vrije westen versus het communistische Oostblok (raad 's wie er wint in een film uit Hollywood).

Gemarteld trommelvlies

Hepburns Russin is een karikatuur van de bovenste plank. Is haar schrille stem in een gemiddelde film al niet om te harden: de barse Russische blaf die ze er in The Iron Petticoat in heeft gezet, trekt zulke diepe krassen in je trommelvlies dat het lijkt alsof er een Elfstedentocht op is geschaatst. Niet om aan te horen. En Bob Hope als charmeur is ook niet bepaald een staaltje kundige casting.

Het is een saaie kouwe-oorlogfilm die je maar snel doet grijpen naar The Philadelphia Story, waarin Hepburn een stuk beter te pruimen is. Op die stem na dan.