Klassieker van Alfred Hitchcock uit 1940, gebaseerd op de roman van Daphne Du Maurier

Vijf sterren, simpel. Niet alle films van Hitchcock kunnen hiermee bestrooid worden, maar Rebecca is een van die schitterfilms uit Hitchcocks gouden tijd; net als Notorious, Rear Window en North by Northwest.

Met die weelderige beelden van de grandeur waar de regisseur zo van hield. Opulente decors, mooie mensen en een vloeiende soundtrack onder een verhaal waarin Hitchcock de vileine zijde van de mensheid fileerde. De grootmeester beleefde er zichtbaar plezier aan om de kijker net zo zeer te misleiden als zijn personages.

Manderley

Rebecca is de overleden vrouw van Maxim de Winter, een steenrijke Engelsman die in een barok hotel in Monte Carlo kennismaakt met de schuchtere aanstaande Mrs. de Winter.

Hij neemt haar mee naar zijn grandioze kasteel Manderley in Engeland, waar de staf wordt geleid door Mrs Danvers: een ijskoude tante die nog geen klontje boter in haar mond zou laten smelten.

Alom aanwezig

De nieuwe Mrs. de Winter voelt niet dat Manderley haar nieuwe thuis is. Op elk servetje, op elke handdoek en op elk briefhoofd staat prominent R. de Winter, en de kamers die Rebecca eerst de hare noemde, zijn permanent gesloten.

Rebecca was mondain, kosmopolitisch, aristocratisch en beeldschoon: de nieuwe Mrs voelt zich in alle opzichten inferieur aan haar illustere voorganger. Vooral dankzij de hulp van Mrs Danvers, die geen gelegenheid overslaat om haar nieuwe lady of the house al deze superkwaliteiten in te fluisteren als een Iago.

Kil

Rebecca is een romantische thriller waarin een kille, bizarre atmosfeer zorgvuldig wordt opgebouwd die je tot aan de laatste seconden aan het beeld kluistert.

Wat begint als upperclass-portret verwordt al snel tot een griezelige nachtmerrie in de diepste afgrond van de menselijke ziel, met een boosaardigheid waar geen verweer tegen bestaat. Zeker niet als vriendelijke, timide vrouwen als Mrs. de Winter geconfronteerd worden met fanatieke, nietsontziende intrigantes als Danvers.

Cast

Laurence Olivier en Joan Fontaine zijn briljant als de enigmatische landgoedeigenaar en zijn fragiele nieuwe bruid. Maar Judith Andersons vertolking als de staalharde huishoudster is het hart van de film.

Het lijkt wel alsof zij in haar zwarte rokken niet loopt maar schuift over de vele gangen van Manderley. Overal opduikend als een Medusa treedt zij vanuit het duister de schaduwen uit om haar opponenten te doden met haar aanblik.

Observatiecamera

De beelden van het Engelse platteland en dat prachtige Manderley zijn zowel schitterend als omineus en gothic. De camera wordt gehanteerd als een paar ogen dat de spelers overal achtervolgt, de soundtrack is sinister en de overgang van prille liefdesgeschiedenis naar inktzwarte dreiging is magnifiek gedoseerd door Hitchcock.

De zwartwit-beelden versterken zijn wondertalent met licht en schaduw. In deze setting van lange gangen met flakkerende toortsen en haardvuren wordt dat nog eens extra benadrukt. Als de catastrofe neerdaalt op de nieuwe Mrs. de Winter, lijkt het prachtige Manderley zelfs overdag nog een kerker waaruit geen ontsnapping mogelijk is.