Nederland krijgt er binnen twee jaar 46 (ultra-)snelladers en twee waterstofstations bij. Daarnaast worden er drie extra laders voor elektrische bussen en vier CNG-stations geplaatst.

De investeringen in extra laad- en tankpunten voor duurzaam vervoer moeten de koppositie van Nederland op dit gebied verstevigen, stelt staatssecretaris Stientje Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat woensdag.

"Je schone voertuig van energie voorzien zou net zo simpel moeten zijn als het opladen van je telefoon, ook als je langere afstanden rijdt en daarbij de grens over rijdt. Deze projecten brengen dat weer een stap dichterbij", aldus Van Veldhoven.

De Rijksoverheid meldt dat hiermee in 2020 naar verwachting zestien waterstofstations in Nederland zijn.

Europees project

De investeringen zijn onderdeel van het Europese project BENEFIC, dat de ontwikkeling van laad- en tankinfrastructuur voor alternatieve brandstoffen als doel heeft. Ook in België komen door dit project extra laadpunten.

Om de projecten uit te voeren, ontvangt Nederland zo'n 2 miljoen euro aan Europese subsidies.

Waterstof en gas

Een waterstofauto produceert net als een elektrische auto geen uitstoot, maar heeft als verschil dat slechts waterstof getankt hoeft te worden. Een elektrisch voertuig heeft een batterij die opgeladen moet worden, wat meer tijd kost.

CNG-stations bieden zogenoemd 'groen gas' aan, dat getankt kan worden door alle auto’s die op aardgas rijden. Het groene gas zou duurzamer zijn dan aardgas.