In de hoofdlijnen voor het klimaatakkoord zijn al een paar concrete doelen afgesproken, maar er zijn ook nog gaten. Voor de verduurzaming van de energiesector en de bebouwde omgeving zijn bijvoorbeeld doelen afgesproken, maar voor de industrie ontbreken nog harde afspraken.

Dit blijkt dinsdag uit de gepresenteerde resultaten van enkele maanden onderhandelen. In het najaar moet er een definitief document liggen waarin meer concrete plannen worden gepresenteerd.

Hoofdlijnen klimaatakkoord

  • Voor 2030 moet CO2-uitstoot met 48,7 megaton dalen
  • 100.000 corporatiewoningen worden verduurzaamd voor 2021
  • Binnen twaalf jaar 700 nieuwe windmolens op zee, 500 windmolens op land en 75 miljoen zonnepanelen
  • CO2-reductie industrie uitdagender: "Laaghangend fruit is al geplukt"
  • Wiebes: CO2-neutrale samenleving mag burger niet met hoge kosten opzadelen

Het klimaatakkoord moet ervoor zorgen dat Nederland 49 procent minder CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van het niveau in 1990. Ruim honderd organisaties hebben overleg gevoerd om een ruwe schets te maken over hoe dit te bereiken.

In totaal moet er 48,7 megaton minder CO2 worden uitgestoten in 2030 verdeeld in de sectoren elektriciteit (20,2 megaton), industrie (14,3 megaton), mobiliteit (7,3 megaton), gebouwde omgeving (3,4 megaton) en landbouw (3,5 megaton).

De hoofdlijnen die de partijen nu hebben afgesproken, worden in de loop van het jaar verder uitgewerkt naar concretere plannen. In 2019 wil men beginnen met de uitvoering. 

Kosten consumenten

Minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat benadrukte dat de energietransitie niet moet zorgen voor hogere kosten voor particulieren. Hij benadrukt dat betaalbaarheid van de maatregelen van belang zijn om draagvlak te creëren. 

Hij stelde verder dat de maatregelen uiteindelijk een rekening opleveren van maar een half procent van de economie. Jaarlijks wordt meer uitgegeven aan bijvoorbeeld sigaretten, benadrukte hij. 

Energiesector

Voor sommige sectoren is al duidelijke welke kant de partijen op willen. Zo is voor de energiesector afgesproken dat minimaal driekwart van de verbruikte stroom in 2030 op duurzame wijze geproduceerd moet worden. Dit betekent dat er zeven keer zoveel zon- en windenergie nodig is in 2030.

Omgerekend gaat het om een doelstelling om in 2030 84 terawattuur aan groene stroom te produceren. Vorig jaar werd er zeventien terawattuur groene stroom geproduceerd. Om die stijging te bewerkstelligen moeten er zevenhonderd extra windmolens op zee, vijfhonderd windmolens op land en 75 miljoen nieuwe zonnepanelen worden geplaatst binnen twaalf jaar.

Woningen

In de bebouwde sector zijn de partijen overeengekomen om vóór 2021 honderdduizend woningen van woningcorporaties van het aardgas af te krijgen. Vanaf 2021 worden jaarlijks nog eens 50.000 woningen verduurzaamd en uiteindelijk moet dit tempo stijgen naar 200.000 woningen per jaar.

Voor de industrie is de opgave moeilijker, vertelde Manon Janssen die het overleg tussen de partijen in deze sector begeleidt. "Het laaghangende fruit is al geplukt", verklaart zij verwijzend naar de maatregelen die de industrie de afgelopen jaren al heeft doorgevoerd. Om de benodigde besparingen toch door te voeren, zijn investeringen nodig die 15 tot 20 miljard euro kosten. Janssen verklaarde verder dat er nog veel werk nodig is in deze sector.