Financiering voor windparken op zee rond

Het consortium dat de offshore windparken Borssele III en Borssele IV wil bouwen, heeft de financiering rond. Hiermee kan de bouw van de windparken in het vierde kwartaal van 2019 beginnen.

Dit meldt het consortium bestaande uit Eneco, Shell, Van Oord, DGE en Partners Group. DGE is een dochterbedrijf van het Japanse Mitsubishi. Partners Group is een Zwitserse investeringsmaatschappij.

De partijen hebben de afspraak gemaakt dat de opgewekte stroom voor een periode van vijftien jaar door Eneco en Shell zal worden afgenomen. Met de bouwfase is een bedrag van 1,3 miljard euro gemoeid.

Eenmaal operationeel gaan de windmolens opgeteld 2.800 gigawattuur groene stroom per jaar produceren. Dat is net zo veel als 823.529 huishoudens jaarlijks verbruiken. Naar verwachting zal de productie begin 2021 starten. Alle windmolens krijgen opgeteld een capaciteit van 731,5 megawatt.

Subsidie

Borssele III en Borssele IV krijgen relatief weinig subsidie. Enkele jaren geleden werd een subsidiebedrag van 5 miljard euro begroot om de windmolens te bouwen, maar eind 2016 bleken de partijen maar 300 miljoen euro nodig te hebben.

Begin dit jaar werd de ontwikkelaar voor het eerste subsidieloze windpark gevonden. Vattenfall, het moederbedrijf van Nuon, gaat in een ander project voor 700 megawatt aan windmolens voor de Hollandse kust plaatsen, zonder financiële steun voor de exploitatie.

Doelstelling hernieuwbare energie

De Staat is wel enkele miljarden subsidie kwijt voor de bouw van het benodigde energienet voor de windparken. Netbeheerder TenneT heeft de taak om de windmolens te verbinden met het net aan vasteland en krijgt hiervoor financiële steun van de overheid. 

De windparken zijn onderdeel van de doelstellingen om het aandeel hernieuwbare energie in Nederland flink te doen stijgen. In 2023 moet 16 procent van alle verbruikte energie uit hernieuwbare bronnen komen.

Lees meer over:
Tip de redactie