Aandeel hernieuwbare energie in Nederland gestegen naar 6,6 procent

Het aandeel hernieuwbare energie in het totale Nederlandse energieverbruik is vorig jaar gestegen naar 6,6 procent. In 2016 stond het percentage op 6 procent.

De productie van zonnestroom steeg vorig jaar met maar liefst 30 procent. Toch blijft zonne-energie nog een kleine energiebron in Nederland. Biomassa is de grootste bron van hernieuwbare energie. 

Dit blijkt woensdag uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het verbruik uit hernieuwbare bronnen bedroeg vorig jaar 138 petajoule, een stijging van 10 procent. Het totale energieverbruik was vorig jaar 2.100 petajoule, gelijk aan 2016.

Nederland heeft als doelstelling om het aandeel hernieuwbare energie uit niet-fossiele bronnen te doen groeien naar 14 procent in 2020 en uiteindelijk naar 16 procent in 2023.

Biomassa

Biomassa is met een aandeel van 61 procent de grootste bron van hernieuwbare energie. Vorig jaar steeg het verbruik met 8 procent. Dit was vooral te danken aan een gegroeid gebruik van biobrandstoffen in het vervoer. Verder werd er meer biomassa gebruikt in elektriciteitscentrales.

De geproduceerde zonnestroom is fors gestegen doordat er flink meer zonnepanelen zijn geplaatst. De capaciteit van alle zonnepanelen in Nederland groeide met een recordhoeveelheid van ruim 800 megawatt naar bijna 2.900 megawatt.

Windmolens

Het verbruik van stroom uit windmolens steeg met 15 procent naar 35 petajoule. Dit was te danken aan een windpark van 600 megawatt dat in de tweede helft van 2016 in gebruik werd genomen. Die windmolens konden in 2017 een vol jaar draaien. De totale windcapaciteit groeide nauwelijks in 2017 en stond eind vorig jaar op 4.200 megawatt.

Het totale energieverbruik uit hernieuwbare energiebronnen kan opgedeeld worden in warmte, elektriciteit en gebruik in het vervoer. Warmte had vorig jaar een aandeel van bijna 50 procent. Bij elektriciteit en vervoer ging het om respectievelijk 40 procent en 10 procent.

Lees meer over:
Tip de redactie