De EU-lidstaten willen het gebruik van biobrandstoffen aanpakken. Zij zijn voorstander van dergelijke alternatieven voor fossiele brandstoffen zoals aardolie, maar dan moeten de biobrandstoffen wel duurzamer worden geproduceerd.

De ministers van Energie besloten vrijdag in Luxemburg dat hooguit 7 procent van het totale transportverbruik in 2020 uit biobrandstoffen mag bestaan die als minder duurzaam gelden, zoals soja en koolzaad. Door de teelt daarvan is er meer landbouwgrond nodig. Dat is ongunstig voor het klimaat.

Nederland had liever een limiet van 5 procent gezien om het gebruik van duurzamere biobrandstoffen, bijvoorbeeld uit afval of zeewier, te stimuleren. Het Europees Parlement moet zich nu over het voorstel buigen.

Volgens de milieuorganisatie Greenpeace staat Nederland niets in de weg om alsnog een plafond van 5 procent te hanteren.

Lidstaten kunnen zelf een lagere limiet hanteren als ze dat graag willen, stelt Greenpeace in een reactie. ''De Europese grens is beter dan niets, maar nog steeds veel te hoog. De productie van biobrandstoffen kan onder de 7 procentsnorm nog doorgroeien, terwijl dit bijdraagt aan ontbossing en klimaatverandering.''