Omdat steden en natuur steeds meer in elkaar overlopen, zijn ze geen natuurlijke tegenpolen meer. 

Voor landschapsarchitect Dirk Sijmons, curator van de Internationale Architectuur Biennale Rotterdam (IABR), reden om de stad als natuurlijke omgeving nader te bestuderen.

Urban by Nature is dan ook de titel van de zesde editie van de IABR, die van 29 mei tot en met 24 augustus duurt. Sijmons vindt het machtig interessant om de ontwikkeling van die stadsnatuur waar te nemen en hoe stedelingen daarmee omgaan.

Hij ziet drie belangrijke ontwikkelingen die alleen al duidelijk maken wat die samensmelting betekent voor stadsbewoners.

Biodiversiteit

''Waar biologen vroeger met de rug naar de stad toe stonden, zien ze de stad nu steeds meer als bron van biodiversiteit. In de steden komen inmiddels al meer planten-, insecten- en diersoorten voor dan in de polder. Dat is een wonderbaarlijke constatering die mede tot stand is gekomen door modernisering van de landbouw'', aldus Sijmons.

Tegelijkertijd constateert de curator dat de stad een belangrijke rol kan spelen in het oplossen van milieuproblemen.

''De stad kent net als de mens een soort stofwisseling. Alleen is die voor de stad niet efficiënt. In Rotterdam wordt bijvoorbeeld zo veel warmte in de Maas 'weggegooid' dat daar miljoenen huishoudens mee kunnen worden verwarmd.'' Die warmte kan volgens Sijmons veel beter worden ingezet, zodat het milieu in de stad niet verder wordt aangetast.

Derde ontwikkeling

Bij de derde ontwikkeling heeft de curator het Wereld Natuur Fonds (WNF) gevraagd wat de natuur in de metropolen voor betekenis kan hebben.

''Het WNF is natuurlijk vooral bezig met het tegengaan van smeltende ijskappen en ontbossing, maar wat gebeurt er eigenlijk op de 'thuismarkt' en wat voor rol kan de natuur spelen in het beschermen van die steden en haar bewoners?''

Om die samensmelting van stad en natuur te ervaren worden tijdens de biënnale allerlei rondleidingen, excursies en tours door de haven en de stad gegeven.