Nederland staat niet meer bekend als duurzaam land. Dat zegt de Britse poolreiziger en milieuactivist Robert Swan in een interview met NUzakelijk.

"Als je mensen tien jaar geleden vroeg waar Nederland voor stond, dan werd gezegd: dat is het land dat aan recycling doet, dat echt milieuvriendelijk bezig is. Maar mensen zeggen dat niet meer", vertelt Swan. 

"De 16 miljoen Nederlanders kunnen de wereld echt veranderen, maar doen het niet. En daar word ik echt kwaad over", zegt de man achter de stichting 2041 voor het behoud van Antarctica. De geridderde Brit denkt dat Nederlanders het te goed hebben gekregen en daarom wat gemakzuchtiger zijn geworden. 

De inmiddels 57-jarige Robert Swan is de eerste die zowel naar de Noordpool als naar de Zuidpool is gelopen. Vanuit het project 2041 organiseert hij expedities naar Antarctica voor jongeren en ondernemers. Het is een leiderschapscursus waar bewuste ondernemers leren hun duurzame boodschap door te geven.

"Om mensen te inspireren, heb je een goed verhaal nodig. Wij leren hen dat ze een goed verhaal hebben en hoe ze dat moeten vertellen." En dan moet het uiteindelijk niet bij een mooie toespraak blijven, maar ook echt tot een concreet plan leiden over hoe ze hun leiderschap en bedrijf willen aanpassen.

Tandje hoger

Tot nu toe heeft hij nog niet veel Nederlanders meegenomen en daar probeert hij verandering in te brengen. Swan vindt dat het in Nederland wel weer een tandje hoger kan en dat ondernemers hun bedrijven duurzamer kunnen inrichten. 

"Maar het moet wel winstgevend zijn, anders werkt het niet. We kunnen niet alleen maar lukraak wat goede dingen doen, dat kunnen we ons niet meer veroorloven. Het moet met ondernemen te maken hebben en met het creeëren van banen."

Op de vraag of bedrijven in staat zijn om daarvoor grote investeringen te doen, heeft de Britse poolreiziger een simpel antwoord: "Ja, maar dit land is ongelofelijk rijk. Niemand lijdt hier honger, toch?" Ondanks tegenvallende economische groei en een oplopende werkloosheid, ziet hij Nederland nog altijd als een bevoorrecht land.

"Het lijkt erop dat Nederlanders vast zitten. Het land heeft geweldige bedrijven en fantastische mensen, maar ik denk dat het weer tijd is voor de oude VOC-mentaliteit, althans de positieve kant daarvan."

Probleem

Hij denkt dan aan steun aan Aziatische landen zoals India en China. Het gaat dan om die gebieden waar de economieën en de welvaart groeien. "Deze landen willen alles wat Nederlanders hier ook hebben. Ze hebben daar ook recht op. Maar als ze dat op een verkeerde manier bereiken, op dezelfde manier als wij en dezelfde fouten maken, dan hebben we een probleem", waarschuwt Swan.

Hij is zelf ook erg actief in India en woonde er vijf jaar lang. "Want dat is waar het gebeurt. Als we het daar niet goed doen, dan maakt het niet uit wat we hier in Nederland doen. Dan moeten Nederlanders uiteindelijk alsnog zwemmen."

Drijvend station

Swan doelt dan op de stijgende zeespiegel en vertakkingen van de Rijn die dreigen te overstromen of juist te verdrogen door klimaatveranderingen. Om dat te onderzoeken, wil hij in de buurt van de oude Hanzesteden een zogenoemde E-base te bouwen. 

Dat is een onderzoeksstation dat volledig draait op duurzame energie. Die zijn er nu al onder meer op Antarctica, in de Himalaya's en in een tijgerreservaat in India. Binnen een of anderhalf jaar zou zo'n E-base in een Nederlandse rivier moeten komen. Dat zou dan de eerste drijvende versie zijn. "Het zal een goede showcase worden voor bedrijven om hun schone energie in werking te zien", zegt Swan.

Olieconcerns

Voor de financiering van de expedities is Swan afhankelijk van sponsors, zoals speciaalchemiebedrijf Akzonobel en fabrikant van elektrische auto's Tesla Motors. Maar ook olieconcerns zoals BP en Shell, die in rechtszaken over olievervuiling zijn verwikkeld, betalen daaraan mee.

De Britse milieuactivist zegt niet echt ver te kunnen komen als hij alleen zou samenwerken met duurzame bedrijven zoals The Body Shop. "Grote invloedrijke olieconcerns zijn niet dom, zij kijken ook naar hun eigen toekomst", zegt hij daarover. Hij verwacht dat deze bedrijven ook naar alternatieve brandstoffen kijken als de olie op raakt of de winning te duur wordt.

Slechteriken

"Dus ik werk graag samen met wie dan ook. Want we hebben geen tijd meer om dat soort bedrijven uit te sluiten. We moeten hen inspireren om technologie te ontwikkelen waarmee je plastic in brandstof kunt veranderen", legt Swan uit. 

"Ze zijn geen slechteriken die onze aarde willen vernietigen. Zij onderhouden ook gewoon hun gezin en betalen hun hypotheek. Dus als je hen kunt inspireren en erbij kan betrekken, kan je dingen goed veranderen."

Swan is woensdag op uitnodiging van leiderschaps- en ondernemersinstituut De Baak naar Driebergen gekomen om daar een lezing te geven.