Het Hilversumse Groenvermogen won een Europese aanbesteding voor het beheer van de 18 miljoen euro in het Limburgse Energiefonds, waaruit duurzame projecten worden gefinancierd. "Leningen werken beter dan subsidies."

Veel provincies willen het geld dat zij hebben verdiend aan de verkoop van hun belang in energiebedrijven als Nuon en Essent besteden aan duurzame ontwikkeling in hun regio.

Nieuwe trend is om deze - flinke - bedragen in een fonds te stoppen, waaruit leningen kunnen worden verstrekt voor duurzame projecten. Zo startte de provincie Overijssel een energiefonds van 250 miljoen euro en in Brabant moet een fonds van ongeveer gelijke grootte komen.

Het Limburgse energiefonds (LEF) is met 18 miljoen euro van een bescheidener omvang. Toch denkt Jan-Willem König van Groenvermogen dat de impact behoorlijk kan zijn. "Er kunnen wel meer dan vijftig projecten mee gefinancierd worden."

Daarbij liggen de gevraagde bedragen tussen de 15.000 en 1 miljoen euro, om bijvoorbeeld een biomassacentrale te kunnen plaatsen.

Revolverend

Net als bij de andere provinciale fondsen gaat het om een 'revolverend' fonds. Daarbij worden geen subsidies verschaft, maar leningen of preferent eigen vermogen, die dus ook moeten worden terugbetaald. Dat betekent dat de pot dus nooit echt leeg is en er telkens nieuwe projecten gefinancierd kunnen worden.

Groenvermogen versloeg bij de tender verschillende andere vermogensbeheerders. Dat kan verbazing wekken, omdat het bedrijf een bij het publiek niet erg bekende speler is. Rabobank, Triodos en bijvoorbeeld ASN doen het wat naamsbekendheid beter. 

"Er zijn heel veel partijen actief in de financiering van duurzame projecten. Ontwikkelaars die geld nodig hebben weten ons prima te vinden. Dat het grote publiek ons niet goed kent, is dus niet zo erg", zegt König.

Solide

Groenvermogen presenteerde zich bij de provincie als een solide partij. Twee weken geleden kreeg de vermogensbeheerder te horen dat het was geselecteerd om de komende acht jaar over het geld te hoeden.

Dat zorgde voor het eerste fonds in de portefeuille van het acht man tellende bedrijf, dat tot nu toe vooral bezig was met het financieren van zo’n vijftien losse duurzame projecten, zoals biogasinstallaties en windmolens.

Groenvermogen zal een klein kantoor openen in een Limburgse stad. Dat zal Roermond, Venlo of Maastricht worden. In september moet alles in de startblokken staan.

Financiering

De doorsnee financiering ziet er volgens König als volgt uit: 60 procent banklening. De resterende 40 procent worden dan gelijk verdeeld over de initiatiefnemer en het energiefonds. "Ondernemers hebben tegenwoordig toch vaak minder eigen vermogen en bancaire leningen zijn ook moeilijker te krijgen. Wij vullen het gat op."

Daarbij worden de leningen achtergesteld bij de banklening, maar komen wel voor het eigen vermogen, mocht er onverhoopt niet meer aan de betalingsverplichtingen voldaan kunnen worden.

"In het algemeen kan je stellen dat de rente die wij rekenen ongeveer gelijk is aan die van banken, maar we accepteren daarbij wel iets hogere risico’s", legt König uit, die daarbij wel benadrukt dat er altijd een gedegen risico-inschatting plaats vindt.

Energiebesparing

König verwacht dat vanuit het fonds relatief veel energiebesparende maatregelen gefinancierd zullen worden, zoals nieuwe HR-ketels of isolatie van kantoorgebouwen.

Minder sexy misschien dan een windmolen of een zonnepark, maar voordeel is dat de CO2-besparing minstens net zo groot is en de investering met grotere zekerheid wordt terugbetaald. Isolatie werkt altijd, of het nu waait of niet, wat bij een windmolen wel essentieel is.

Goed plan

Hebben revolverende energiefondsen de toekomst? König hoeft daar niet lang over na te denken: "Ja." En hij vervolgt: "Subsidie komt vaak in handen van sterke partijen, zonder naar de levensvatbaarheid van een project te kijken. Bij financiering gaat het alleen om de kwaliteit van het plan. Een goed plan kan altijd op steun rekenen."