AMSTERDAM - Er zijn goede kansen voor investeerders in de financiering van duurzame energie. Voorwaarde daarvoor is wel dat de overheid zich opstelt als betrouwbare partner en hier schort het zeker sinds de financiële crisis helaas te vaak aan.

Dit verklaart onderzoeker Marco Kerste van onderzoeksbureau SEO Economisch Onderzoek. De internationale reguleringsonzekerheid rondom duurzame energieprojecten hangt als een molensteen om het investeringspotentieel, volgens de onderzoeker.

Juist in de duurzame sector, waarop de overheid een belangrijke stempel drukt, is voorspelbaar beleid cruciaal.

Kerste was projectleider van een onderzoek door SEO in samenwerking met Duisenberg School of Finance naar de financiering van duurzame energieprojecten, dat werd uitgevoerd in opdracht van Holland Financial Centre. Onlangs publiceerden de onderzoekers hierover het boek Financing Sustainability.

De nood is hoog

In beginsel heeft elke sector behoefte aan nieuw kapitaal, maar dit geldt in het bijzonder voor de duurzame sector. Duurzame energieprojecten zijn over het algemeen kapitaalintensief. Dat wil zeggen dat er veel geïnvesteerd moet worden in bijvoorbeeld machines terwijl de operationele kosten zoals loonkosten relatief laag zijn.

“Als je kijkt naar het geld dat nodig is, is er nog een groot gat met het huidige niveau van investeringen", verklaart Kerste. Er zijn verschillende schattingen over hoeveel kapitaal de sector nodig heeft, maar grofweg is er wereldwijd in 2020 500 miljard dollar per jaar nodig is met oog op het beperken van de opwarming van de aarde.

“In 2010 lag het niveau op 250 miljard dollar. Dat wil zeggen dat het investeringsniveau in 10 jaar minimaal moet verdubbelen. Dat is enorm.”

Kredietcrisis

Opvallend is dat de kredietcrisis relatief weinig invloed heeft gehad op de financiering van duurzame energieprojecten. Ook in 2008 en 2009 stegen wereldwijd de investeringen in duurzame energie. Te midden van de kredietcrisis en opdrogende liquiditeiten, bleven investeerders dus kansen zien in groene energie.

Uit het onderzoek van Kerste blijkt dat er een aantal belemmeringen voor de financiering van duurzame energieprojecten zijn.

Fossiele brandstoffen

Zo vormen de relatief lage kosten voor fossiele brandstoffen een belangrijke belemmering. In de prijs voor deze brandstoffen komt onvoldoende tot uiting dat deze samen gaan met negatieve effecten in de vorm van uitstoot van broeikasgassen.

Het systeem van emissierechten in de EU is hiervoor in potentie een goede oplossing. Hierdoor betalen gebruikers van fossiele brandstoffen voor de CO2 die ze uitstoten, maar het succes van dit systeem is afhankelijk van hoeveel uitstootrechten er worden uitgegeven.

Minder rechten

"Door landen en bedrijven steeds minder rechten toe te kennen ontstaat er schaarste en dus een prijs voor de uitstoot van CO2. Hoe hoger die prijs, hoe groter de aantrekkingskracht van duurzame energie ten opzichte van fossiele energie, maar dan moet de hoeveelheid uitgegeven rechten wel zo laag zijn dat er sprake is van schaarste.”

“Tot nu toe ontbreekt het daar aan, waardoor er amper effect van de emissierechten uitgaat. Vanaf 2012 vinden wijzigingen plaats die dit naar verwachting verbeteren. Zo worden er langzaam stappen in de goede richting gezet.”

Voetafdruk

Een andere belemmering is de hoge reguleringsonzekerheid. “De voetafdruk van de overheid in de sector is substantieel en op zich is dat niet verkeerd; hier zijn goede redenen voor. Voorwaarde voor investeerders is wel dat het overheidsbeleid helder en consequent is.”

Door het langlopende karakter en de hoge aanvangsinvesteringen van de projecten eisen investeerders in duurzame energie zekerheid over bijvoorbeeld subsidies en duurzaamheidvereisten. Vooralsnog is het lastig om dit reguleringsrisico te verzekeren, maar er zijn oplossingen mogelijk.

Obligaties

Kerste noemt als voorbeeld overheidsobligaties waarvan de rente afhangt van de mate waarin de overheid zich aan haar afspraken over duurzaamheid houdt, zogenaamde index linked carbon bonds.

Concreet zou de rente op de obligatie gerelateerd kunnen zijn aan overheidssubsidies, bijvoorbeeld de SDE+ regeling in Nederland. Als de overheid de subsidies verlaagt, moet zij meer rente betalen. Hierdoor verzekert een investeerder zich tegen het reguleringsrisico en heeft de overheid een prikkel om zich aan haar beloften te houden.

Pensioenfondsen

Een kans ziet Kerste voor institutionele investeerders zoals pensioenfondsen. “Investeringen van institutionele investeerders in duurzame energie zijn nog beperkt. Dat is op zich vreemd want het profiel van duurzame energieprojecten sluit op bepaalde vlakken prima aan bij de wensen van institutionele investeerders.”

De lange looptijd van deze projecten ligt in lijn met de lange termijnstrategie van bijvoorbeeld pensioenfondsen. Verder is de initiële investering weliswaar hoog, maar zijn de operationele kosten na een succesvolle ‘pre-construction’ fase relatief laag en lonkt een stabiel rendement.

Substantieel

Kerste blijft optimistisch over de vooruitzichten van de markt. “Het financieringsgat is substantieel, maar er is maatschappelijk en, in ieder geval Europees, politiek draagvlak voor duurzame energie en als je naar de investeringsperspectieven kijkt is het simpelweg een buitengewoon interessante sector.”